Goden

 

Up ]

down

 

De Romeinen: Tussen geloof en bijgeloof

Inhoud

1 De Romeinse godsdienst

1.1 Algemeen

1.1.1 Hoe het begon

1.1.2 De godsdienstige kalender

1.2 De Goden

1.2.1 Jupiter

1.2.2 Minerva

1.2.3 Juno

1.2.4 Mars

1.2.5 Janus

1.2.6 Vesta

1.2.7 Diana

1.2.8 Venus

1.2.9 Cupido

1.2.10 Mercurius

1.2.11 Saturnus

1.2.12 Pluto

1.2.13 Neptunus

1.2.14 Ceres

1.2.15 Proserpine

1.2.16 Faunus

1.2.17 Vulcanus

1.2.18 Aesculapius

1.2.18.1 De asculapius slang

1.2.19 Quirinus

1.2.20 Castor en Pollux

1.2.21 Cybele of Magna Mater

1.2.22 De huisgoden

1.2.23 Vergoddelijkte heersers

2 Het Romeinse bijgeloof

2.1 Inleiding

2.2 De leer van de Etrusken

2.3 Waarzeggers en Orakels

2.3.1 De Augur

2.3.2 Orakels

2.3.3 Magie

3 Nieuwe godsdiensten doenhun intrede

3.1 Inleiding

3.2 De Egyptische godin Isis

3.3 De Perzische god Mithras

3.4 Jupiter Dolichenus

3.5 Sol Invictus

3.6 Het christendom(vermelding)

4 Tempels

4.1 Inleiding

4.2 Het Pantheon

4.2.1 Ligging

4.2.2 Architectuur

4.2.3 Geschiedenis

4.2.4 Aanpassingen door Pausen

4.3 Tempels op het Forum Romanum

4.3.1 Inleiding

4.3.2 Overzicht van de grootste tempels

4.4 Andere tempels in Rome

5 Hoe men goden het bestekon benaderen

5.1 Inleiding

5.2 Offers, gebeden en geloften

5.3 Brandoffers

5.4 priestercolleges

6 Wat gebeurde er met de doden?

6.1 Inleiding

6.2 Dodenriten

6.3 De begrafenis

6.4 Begraafplaatsen en graven

7 Het Christendom

7.1 Inleiding

7.2 Oorzaak van de vervolgingen

7.3 Overzicht van de vervolgingen

7.3.1 Hoe het begon

7.3.2 Een eerste periode van vervolgingen (64-138)

7.3.3 De tweede periode van vervolgingen (138-250)

7.3.4 De derde vervolgingsperiode

7.4 Een nieuwe tijd breekt aan

7.4.1 Keizer Constantijn

8 Bibliografie

De Romeinen: Tussen geloof en bijgeloof


1 De Romeinse Godsdienst

1.1 Algemeen
1.1.1 Hoe het begon

Het geloof van de eerste Romeinse stammen is zo vervormt door Griekse invloeden,interne conflicten en veroveringen tijdens een latere periode dat men het niet meer geheelkan nagaan. Omdat alvorens men de zegeningen van het schrift ontdekte er al zoveelveranderingen hadden plaats gevonden kunnen we zelfs van de eerste Romeinse schrijvers,zoals Marcus Terentius Varro, hierover niets of bijna niets kunnen vernemen. Omdat dezeRomeinse schrijvers zelf ook de oorsprong niet wisten maakten zij vaak gebruik van deGriekse tradities waarover ze wel iets wisten om de gaten in hun werken op te vullen.

De Romeinen kenden twee soorten goden: de 'di indigetes' en de 'novensides' of'novensiles'. De eerste groep waren de oorspronkelijke goden van de Romeinen. Ze haddenhun naam en functie gekregen van de allereerste priesters. Dertig van deze goden haddenook elk hun feestdag die vastgelegd was op een kalender. De novensides waren nieuwe godendie men uitvond gedurende de gehele Romeinse geschiedenis. Vele eerste goden waren meestalgespecialiseerde beschermers van een bepaald beroep of handeling zoals het oogsten. Menleidde hun namen dus af van het werkwoord dat deze handeling aangaf. Zulke Goden kan mendus eigenlijk supplementaire goden noemen die bestonden naast de grotere godheden. Wekunnen hier dan ook niet echt spreken van veelgodendom maar eerder van veelafgodendom.

Het karakter en de feesten van de indigetes toont aan dat zelfs de eerste Romeinseburgers niet alleen boeren waren maar ook zeer verlekkerd waren op oorlog en vechten. Hungoden waren gewoon de hogere belichaming van het dagelijkse leven van het volk dat henuitgevonden had.

De ontwikkeling van andere goden begon toen de Romeinen startten met veroveren. DezeRomeinen betuigden evenveel eer aan de goden van hun eigen volk als aan die van hetoverwonnen volk. Meestal hielden ze zich er aan om de nieuw verworven goden op te nemen inhun heiligdommen in Rome. Mede dankzij dit trok de stad vreemdelingen aan die ook in Romehun godsdienst konden blijven beleven. Het lijkt erop dat Romeinse veroverde gebieden inItalië Diana, Minerva, Hercules, Venus en andere godheden van mindere rang geleverdzouden hebben. Toch zijn de meest belangrijke godheden overgenomen van de Grieken en zelfshun kentekens en mythen zijn overgenomen.

1.1.2 De Godsdienstige kalender

De Romeinse godsdienstige kalender toont ook de genegenheid tegenover andere,ingevoerde goden aan. Er waren eigenlijk maar enkele oorspronkelijk Romeinse feesten diemen vierde. De reden dat sommige feesten toch bleven bestaan was dat men nog steeds hetonschuldige landbouwersvolk waaruit men ontstaan was wou eren en gedenken. Vele nieuwefeesten werden echter ingevoerd, en dit ook ter ere van de nieuwe goden. Ze overdreven welmet feesten want de dagen dat er gefeest kon worden overtrof het aantal werkdagen. Debelangrijkste Romeinse feesten waren de Saturnalia; de Lupercalia, de Equiria en heteeuwfeest . Tijdens het keizerrijk duurde de Saturnalia zeven dagen, van de 17de tot de23ste december, de periode van de winterzonnewende. Alle handel lag stil, de slaven kregentijdelijk de vrijheid en men wisselde geschenken uit. Later zal ik terugkomen op ditfeest. Lupercalia was een zeer oud Italiaans feest waarbij men de God Lupercus vierde. Menvierde dit feest de 15de februari op de Palatijn waar Romulusen Remus verzorgt zouden zijn door de wolf. De Equiria, een feest ter ere van Mars,werd gevierd de 27ste februari en op 14 maart. Dit was ook het tijdstip waarop de nieuwemilitaire campagnes waren voorbereid. Het eeuwfeest vierde men zoals de naam al doetvermoeden één maal per eeuw.(Dit was in ieder geval de bedoeling maar men negeerde dezeregel geregeld.) Men organiseerde sportmanifestaties en offers.

1.2 De Goden
1.2.1 Jupiter

Jupiter is de baas van de goden, hij is de zoon van Saturnus wie hij ook overwon.Oorspronkelijk was hij de god van de hemel, maar hij werd ook aanbeden als god van deregen, de donder en het licht. Omdat hij ook de beschermheer van Rome was werd hij ookJupiter Optimus Maximus genoemd en aanbeden op het Capitool. Als Jupiter Fidus beschermdehij de wet. De Romeinen zagen hem op één lijn met Zeus, de Griekse oppergod. Ze wezenhem ook dezelfde kentekens toe en deden hem, zoals eerder al gezegd ook dezelfde mythenaan de hand. Alhoewel in de Latijnse literatuur Jupiter ongeveer gelijk is aan Zeus tochwas hij religieus gezien ongelijk aan Zeus. Hij vormde samen met Juno en Minerva eendrievuldigheid die de basis was voor het Romeinse geloof. Eén van onze planeten is naarhem genoemd.

1.2.2 Minerva

Zij was de Godin van de wijsheid en een dochter van Jupiter. Zij was de Romeinsetegenpool van Athena. Minerva ontsproot uit het hoofd van Jupiter, volgroeid en volledigbewapend. Hierdoor werd ze ook de patroon van de strijders, de verdediger van huis enhaard. Ze was ook de beschermer van de kunst en handarbeid.

1.2.3 Juno

Ze was de koningin van de goden en de vrouw en de zuster van Jupiter. Zij was debeschermer van de vrouw en werd geëerd onder verschillende namen. Als Juno Pronubabesliste zij over een huwelijk, als Juno Lucina hielp zij vrouwen tijdens de geboorte enals Juno Regina beschermde ze de Romeinse staat. Haar feest, de Matronalia, werd gevierdop de eerste maart. Juno is te vergelijken met de Griekse godin Hera. Men noemde de maandjuni naar haar.<Zie ook: Aeneïs>

1.2.4 Mars

Mars was de God van de oorlog en de zoon van Jupiter en Juno. Hij wordt beschouwd éénvan de belangrijkste Romeinse goden want hij was de vader van het Romeinse volk, want hijwas immers vader van Romulus, de stichter vanRome(over hem zullen we het later nog hebben. In het begin was hij de God van het jaar,vooral van de lente. Hij was het Romeinse tegenbeeld van Ares, de Griekse god van deoorlog. Eén van onze planeten is naar hem genoemd.

1.2.5 Janus

Dit was de God van de deuren, de poorten en hieruit volgend ook van het begin, watzoals de Romeinen geloofden ook goede einden teweeg bracht. Zijn tempel op het Forum hadtwee deuren: één naar het oosten en één naar het westen gericht. Hiertussen stond zijnbeeld met twee gezichten, elk gericht naar de andere kant. Elk ochtendgebed was naar hemgericht en bij elke onderneming vroeg men zijn bijstand. Omdat hij de god was van allebegin werd hij ook geëerd op één januari, het begin van het nieuwe jaar. Januari is ookafgeleid van Janus. Men riep hem ook aan bij het begin van een oorlog en tijdens dieoorlog stonden de deuren van zijn tempel ook altijd open. Van zodra de oorlog afgelopenwas werden de deuren terug gesloten.

1.2.6 Vesta

Zij was de godin van het hart. Geëerd als de godin van het huishouden. Haarbelangrijkste tempel lag op het Forum, waar een vuur brandde dat door Aeneas vanuit Troje zou zijn meegenomen. Het vuur werd bewaakt enbrandende gehouden door zes priesteressen, de Vestaalse maagden genoemd.. In het begin vanjuni had zij haar feest, Vestalia genoemd. Zij was de gelijke van Hestia, een Grieksegodin.

1.2.7 Diana

Diana werd aanbeden als godin van de jacht en van de Maan. Ze was ook de beschermer vande wilde dieren, de bronnen en de rivieren. Zij werd in het bijzonder aanbeden doorvrouwen en aan haar werd een gemakkelijke geboorte toegeschreven. Ze wordt meestalafgebeeld met pijl en boog. Haar belangrijkste heiligdom was bij het Nemi meer nabijAricia. Haar Griekse tegenpool is Artemis

1.2.8 Venus

In het begin vereert als godin van de velden en de tuinen maar ,later ook aanbeden alsgodin van de schoonheid en de liefde. Tijdens de keizertijd was zij bekend onderverschillende gedaantes. Als Venus Genetrix was ze de moeder van Aeneas; als Venus Felixbracht ze geluk aan; als Venus Victrix zorgde ze voor een overwinning en als VenusVerticordia waakte zij over de vrouwelijke zuiverheid. Zij was de vrouw van Vulcanus maarwas hem zeer ontrouw. Hierdoor werd ze de moeder van Cupido. Ze werd vereenzelvigd metAphrodite. Dit is ook weer één van onze planeten.

1.2.9 Cupido

Hij is dus de zoon van Venus maar ook de God van de liefde. Hij wordt vooral ten tonelegevoerd in verhalen. Hij wordt verliefd op een nimf, hij schiet naar mensen met zijnpijlen die dan onmiddellijk verliefd worden. Hij wordt vaak vergeleken met Eros maar dezevergelijking gaat niet helemaal op(Eros is eerder een God van de liefde dan Cupido).

1.2.10 Mercurius

Mercurius is de boodschapper van de goden en een zoon van Jupiter en één van zijnliefjes. Hij is ook de God van de handelaars en handel. Zijn erecultus ontstond in 495 ACtoen men een tempel ter ere van hem oprichtte nabij het Circus Maximus. Zijn feestdag isde 15de mei. Hij is de tegenpool van Hermes. Eén planeet is naar hem vernoemd.

1.2.11 Saturnus

Hij was oorspronkelijk de God van de landbouw. In latere mythen wordt hij vernoemd alsde vader van Jupiter. En nadat Jupiter hem onttroond had als koning van de goden vloog hijnaar Italië waar hij regeerde tijdens een gouden eeuw, wanneer er volkomen vrede heerstein het rijk. Beginnend op 17 december van elk jaar werd deze gouden periode herdachtgedurende zeven dagen met een feest genoemd de Saturnalia. Dit feest was zeer belangrijkwant zelfs executies werden uitgesteld, er moest immers voor iedereen vrede en geluk zijn.Er werden enorme maaltijden geserveerd. De slaven die tijdelijk de vrijheid kregen mochtengedurende deze periode ook aanzitten aan de tafel van zijn meester en werd zelfs bedienddoor die meester. Saturnus was de man van Ops. Hij was vader van Jupiter, Juno, Neptunus,Pluto en Ceres. In de kunst beeldt men hem af met een baard, een snoeimes of een okshoofdmaïs. Weeral een planeet van afgeleid.

1.2.12 Pluto

Hij was de God van de dood en de man van Proserpine. Samen met Jupiter en Pluto overwonhij zijn vader Saturnus. Toen ze de Aarde onder elkaar verdeelden koos Jupiter de hemel ende aarde, Neptunus koos de zee om over te regeren en Pluto kreeg de onderwereld waar hijheerste over de schimmen van de doden. In de beginperiode werd hij beschouwt als een bozegod die niet milt te stemmen was door offers of gebeden. Later werd hij ook bekend onderzijn mildere kant. Aan hem werd de rijkdom aan goud, zilver en mineralen uit het binnenstevan de Aarde toegekend. Daarom was hij ook de God van de weelde. Zijn Griekse tegenstanderwas Hades. De planeet het verst van de zon gelegen noemde men naar hem.

1.2.13 Neptunus

Hij was de God van de zeeën, de zoon van Saturnus en de broer van Jupiter en Pluto.Toen zij de wereld verdeelden koos hij voor de heerschappij over de zeeën. Oorspronkelijkwerd hij ook aanbeden als de God van de rivieren en de bronnen. Hij werd vergeleken met deGriekse God van de zeeën Poseidon. Hij werd gevierd op de 23ste juli.

1.2.14 Ceres

Zij was de Godin van de landbouw. Men geloofde dat de vreugde van haar weerzien methaar dochter, Proserpine ervoor zorgde dat in de lente alles terug begon te groeien. Zewas vooral populair bij de Plebejers. Het Engelse woord cereal (graan) is afgeleid vanhaar naam. Haar feestdag, de ceralia, vierde men van 12 april tot19 april. Haar Griekseequivalent is Demeter.

1.2.15 Proserpine

Zij was de godin van de onderwereld en de vrouw van Pluto. Zij verbleef echter maaréén derde van het jaar bij haar man. De rest van de tijd bracht ze door bij haar moeder,Ceres. Dit was zo omdat Ceres niet akkoord was met het huwelijk tussen Proserpine enPluto. Maar alvorens Proserpine terug werd gebracht naar haar moeder moest ze van Plutoeen pit van een granaatappel, het voedsel van de doden, eten. Zo was ze verplicht omaltijd 1/3 van het jaar bij Pluto door te brengen. Haar Griekse evenbeeld was Persephone,die juist hetzelfde meemaakte.

1.2.16 Faunus

Hij was de God van de herders en de velden en hij was de kleinzoon van Saturnus. Hijzou zijn boodschappen doorgeven in nachtmerries en door het geluid in wouden. Hij was eenlid van de faunen of bosgoden. Deze faunen waren half mens en half geit waardoor ze oponze duivels geleken. Hij zou ooit een koning van Latium geweest zijn die het godsdienstigsysteem dat de Romeinen kenden zou ingevoerd hebben. Als hij geleefd zou hebben werd hijna zijn dood pas als God erkend. Hij had ook een Grieks evenbeeld, namelijk Pan.

1.2.17 Vulcanus

Hij is, zoals zijn naam al doet vermoeden, de God van het Vuur. Hij bestond al bij deeerste Italische volkeren waar hij nog meer gespecialiseerd was: namelijk in vulkanischvuur. Hij werd vooral geëerd in Ostia, een stad bij Rome, waar hij de belangrijkstegodheid was. Zijn feestdag was de Vulcanalia dat gevierd werd op 23 augustus. Hier is deGriek Hephaistos.

1.2.18 Aesculapius

De God van de geneesmiddelen en zoon van Apollo en een nimf. De nimf was Apollo ontrouwdus doodde hij haar. Apollo bracht zijn zoon naar een centaur die hem alles leerde over degezondheid, geneeskunde,... Zo werd Aesculapius een groot genezer. Maar na een paar jaarbeging hij de fout een dode terug te laten opstaan uit de dood en dus dode Jupiter hem.Eeuwen later gingen zieken uit heel het rijk naar zijn tempels om te smeken om genezing.In ruil voor offers zou hij hen in dromen komen bezoeken en voorschrijven wat ze moestendoen om hun ziekte te genezen. Zijn Griekse tegenhanger is Asclepius.

1.2.18.1 De asculapius slang

Het teken van de artsen en apothekers genoemd naar deze God. Deze twee ineengestrengelde slangen verwijzen naar de slangen die gehouden werden in de tempels-ziekenhuizen in Rome en Griekenland. Deze slangen overleven nog steeds in Zuid-Europa maar vreemd genoeg ook in Duitsland en Oostenrijk. Dit kan verklaard worden door het ontsnappen van enkele slangen uit de heiligdommen die daar gelegen waren.

1.2.19 Quirinus

Quirinus is de vergoddelijkte Romulus. Zoals demythe zegt zijn hij en zijn broer Remus zonen van Mars en Rhea Silvia. Toen de vader vanRhea hierover hoorde liet hij haar gevangenzetten en de tweeling aan de oever van de Tiberachtergelaten. Ze zijn opgevoed door een wolvin en later door een herder. Nadat ze dan destad gesticht hadden heeft Romulus en Remus Remusvermoord. En zo werd Romulus de eerste koning van deRomeinen en is het ook hij die later vergoddelijkt is. Oorspronkelijk deed Quirinus dienstals oorlogsgod maar die functie is later zo goed als verdwenen.

1.2.20 Castor en Pollux

Dit waren twee goddelijke zonen van Jupiter. Ze waren broers van Helena van Troje. Ze worden beschouwd als de beschermers van dezeilers en strijders. Ze zouden meegedaan hebben aan verschillende heldendaden op de dagvan de val van Troje. Ze waren onafscheidelijk. Er wasmaar één probleem: Pollux was onsterfelijk en Castor onsterfelijk. Toen Jupiter zag hoeonafscheidelijk ze waren besloot hij hen maar te verenigen. Ze moesten wel de helft in dehemel en de andere helft van het jaar in de onderwereld verblijven. Ook gaat er een mythedat ze zouden zijn omgevormd tot het sterrenbeeld der tweelingen.

1.2.21 Cybele of Magna Mater

Een van de meest exotische godheden die in Rome werden ingevoerd was de Magna Mater.Zij werd in 204 voor Christus overgenomen uit Klein-Azië. Ze werd ingevoerd nadat eenorakel dat vroeg naar de grote moeder. Ze was te vinden in Ida dus gingen ze haar daarhalen. Zij werd beschouwd als de moeder van alle goden. De Romeinen hadden altijd gemengdegevoelens tegenover deze Magna Mater. Langs de ene kant was de eredienst zeer vreemd (depriesters castreerden zich naar het voorbeeld van de man van de Magna Mater nadat hij haarontrouw was geweest). Aan de andere kant werd ze beschouwd als een inheemse godin. Ze wasimmers afkomstig uit het land van Aeneas de schepper van het Romeinse volk. Het hoogtepuntvan haar cultus was een feest van 22 tot 24 maart waarbij priesters zichzelf verminkten enhun bloed aan haar offerden.

1.2.22 De huisgoden

Tot de krachten die men in het huis aanwezig achtten en die dus ook vereerd werden,behoorden de penates en de lares. De Penates waren de krachten die de voedselvoorraadbeschermden. Het was voor de mensen in die tijd natuurlijk uiterst belangrijk om een goedeen veilig bewaarde voedselvoorraad te hebben, want anders dreigden gebrek en ontbering. Omhen gunstig te stemmen wierp men bij elke maaltijd een klein beetje voedsel in hethaardvuur.

De Lares waren de krachten die het hele huis beschermden. Zij werden vereerd metgebeden, wierook en offers. In het begin werden de Lares vereerd als krachten die aanwezigwaren bij de splitsing van wegen. Daarom werd er vaak bij zo'n kruising een kapelletjegeplaatst.

1.2.23 Vergoddelijkte heersers

Onder de Romeinse goden waren er enkele die hun leven begonnen als gewone sterveling.Het mooiste voorbeeld is onze Romulus. Later in degeschiedenis van de stad riep de Romeinse senaat een groot aantal keizers tot goden uit ensoms ook hun vrouw en kinderen. Een van de keizers maakte er op zijn sterfbed zelfs eengrapje over: "O hemeltje, ik geloof dat ik een God word." Net als alleonsterfelijken werden deze goddelijke keizers aanbeden en werden er tempels en eredienstenaan gewijd.

2 Het Romeinse bijgeloof

2.1 Inleiding

De Romeinen hadden een zwak voor voorspellingen en hechten er ook enorm veel belangaan. Zo ging men naar een orakel of voorspeller voor een oorlog om te zien of ze de oorlogwel zouden winnen. Deze orakels zorgden er dan ook voor dat ze meestal in de richtingantwoorden zoals de desbetreffende persoon het wou. Want het kon gebeuren dat als zo'norakelspreuk slecht was men een oorlog afgelaste of toch eerst probeerde de godengunstiger te stemmen.

2.2 De leer van de Etrusken

De Etrusken waren ware meester in het voorspellen en hetinterpreteren van voortekenen. Deze kunst is dan ook tijdens de Romeinse periode blijvenbestaan. Eerst en vooral had je het bekijken van de ingewanden van dieren. De priestersdie instonden voor het 'leverkijken' werden Haruspex genoemd. Volgens hen had elk deeltjevan de lever zij eigen functie. Bij verkleuring van dit deel of vervorming van dat deelkonden de Haruspexen opmaken wat de goden van plan waren. Vervolgens had je de'vogelwichelaar' Auspex genoemd. Hij bestudeerde de vlucht van de vogels, het gekrijs vande vogels. Ook hieruit kon hij dan opmaken of de goden al dan niet goed gezind waren en ofmen nog maar geen offers zou moeten organiseren.

2.3 Waarzeggers en orakels
2.3.1 De Augur

De Augurs waren de gewone voorspellers bij de Romeinen. Er werd echter wel veel belanggehecht aan hun uitspraken. Dit waren de priesters die in opdracht van de senaat de wilvan de goden moesten proberen te achterhalen. Zij baseerden zich ook vooral op het gedragvan vogels bij hun uitspraken. Dromen en visioenen waren ook vak de aanleiding voor eenvoorspelling. Soms gebruikten ze ook het wel zeer rare gebruik om na te gaan hoe de kippengraan oppikten. Dit was een methode die vaak gebruikt werd als men een bepaald resultaatwilde bereiken. Als je wou dat de kippen goed pikten en de goden dus goed gezind warenzette je je kippen gewoon een paar dagen op dieet. Het staat vast dat deze voorspellershoog in aanzien stonden in de samenleving, het hing immers van hen af wat men gingondernemen.

2.3.2 Orakels

Het meest bekende orakel is waarschijnlijk de Pythia van Delphi. Ze was reeds enormbekend tijdens de Griekse hoogdagen en ook de Romeinen waren vurige aanhangers. De orakelsmoesten de woorden van de goden, meestal die van Apollo, opvangen op doorgeven. Hiertoegebruikten ze bedwelmende dampen waardoor ze in trance geraakten en allerlei vreemdewoorden en klanken begonnen uit te slaan. Deze dingen werden dan geïnterpreteerd door eenpriester. Deze priesters hadden natuurlijk wel veel vrijheid bij het bepalen van Apollo'swoorden maar toch waren de meeste mensen tevreden met de uitspraken. Alhoewel dezepriesters die vrijheid hadden toch misbruikten ze deze niet. Eigenlijk ging alles er inbeperkte mate toch eerlijk aan toe. De antwoorden waren meestal toch ruim te interpreterenzodat de priesters bijna zeker gelijk kregen.

2.3.3 Magie

Even wijd verbreid waren ook de overal en onder alle standen aanwezige vormen van magieen droomuitleggerij. Tovenaars en sterrenwichelaars waren bij de overheden niet populairomdat zij het volk verontrustten. Af en toe verdreven de keizers hen uit Rome. Hetuitoefenen van zwarte magie tegen overheidspersonen en het vragen van voorspellingen overde doodsdatum van de keizer golden als hoogverraad en werden zwaar gestraft. In Romebestond er een vaste speciale rechtbank voor het berechten van tovenaars en gifmengers.

Een veel voorkomende praktijk was het vastnagelen van loden plaatjes met bezweringen envervloekingen op muren. Soms werden deze er ook gewoon op geschilderd. Spreuken tegenbrand stonden op de meeste huismuren. Vervloekingen, die gericht waren op vijanden enconcurrenten in zaken of in de liefde werden vastgehecht of geschilderd op plaatsen waardat effect gewenst was. Alle Romeinen waren er bevreesd voor.

3 Nieuwe godsdiensten doen hunintrede

3.1 Inleiding

Naarmate het Romeinse rijk groeide kwamen er, zoals eerder al gezegd nieuwegodsdiensten bij. Sommige van deze godsdiensten stierven uit zonder dat ze iets haddenbetekent maar enkele van deze nieuwe godsdiensten kregen toch veel aanhang. Dit werd medebepaalt door het gedacht van de Romeinen over het hiernamaals. Er werd geloofd dat men ereigenlijk slechter op werd en dat het eigenlijk niets was om naar uit te zien. Maar nukwamen er nieuwe godsdiensten en die predikten dat het hiernamaals juist wel het toppuntvan geluk was. Dus voelden de mensen zich soms meer aangetrokken door een godsdienstwaarbij men nog wel iets had om naar uit te zien. Het is over deze ;nieuwe godsdienstenwaarover het in dit hoofdstuk zal gaan.

3.2 De Egyptische godin Isis

Eén van de godsdiensten die in het Romeinse rijk nogal wat verbreiding vonden waren dediensten gewijd aan de Egyptische godin Isis. De Isis-plechtigheden waren gebaseerd op deEgyptische mythe die vertelt hoe Osiris, de echtgenoot van Isis, door zijn broer werdvermoord. De moordenaar sneed vervolgens het lijk aan stukken die overal terecht kwamen.De diepbedroefde Isis zocht echter de lichaamsdelen weer bijeen, puzzelde ze aan elkaar enwikkelde er stroken linnen omheen. Osiris kwam weer tot leven en bleef voortbestaan in hetdodenrijk. Tijdens de mysteriën werden de dood van Osiris en de levenwekkende handelingenvan Isis herhaald en door de deelnemers als het ware opnieuw beleefd. Zij geloofden dat zenet als Osiris verder zouden leven na de dood. Het was een geloof dat vele mensen aantrok,vooral de armen met hun uitzichtloos bestaan in de wereldstad. De vele plechtige optochtenen de dagelijkse heilige handelingen die door de priesters van Isis werden verricht hebbenhier zeker toe bijgedragen.

3.3 De Perzische god Mithras

Hij was de God van het licht. Hem dienen betekende dat men voor het goede in dezewereld koos en dat men het kwaad bestreed. Mythras was, volgens de mythe, uit een rotsgeboren. Hij werd gewoonlijk afgebeeld als een jongeman gewapend met pijl en boog en eendolk. Zijn pijlen richtte hij op het kwaad en met zijn dolk doodde hij de oerstier,waardoor nieuw leven op aarde mogelijk was. Als lichtgod stond hij in nauw verband met dezonnegod.

De Mithrasplechtigheden werden altijd gehouden in een echte, of als er die niet was,een valse grot. Het hoogtepunt bestond uit het doden en het opeten van een stier. Maaromdat stieren redelijk duur waren at men meestal kleinere dieren of brood en vis en dronkmen wijn in plaats van stierenbloed. De plechtigheden mochten natuurlijk alleen dooringewijden worden bijgewoond. Men werd pas ingewijde als men velerlei beanstigende en somspijnlijke proeven had ondergaan. Had men alles goed doorstaan dan kreeg men de laagsterang of graad die er in die groep mogelijk was. Langzaamaan kon men opklimmen enachtereenvolgens (en dit zijn rangen) raaf, soldaat of leeuw worden en misschien zelfsvader, de hoogst bereikbare graad.

De Mithrasgodsdienst was erg geliefd bij soldaten en met de legers breidde dit geloofzich tot in de verste uithoeken van het rijk uit.

Het kwam ongeveer tegelijk met het christendom opzetten. Ze werden felle concurrentenvan elkaar maar het christendom won de strijd.

3.4 Jupiter Dolichenus

Het kwam nogal eens voor dat de Romeinen en de Grieken hun eigen goden meenden teherkennen in Oosterse goden. De oppergod van Doliche in Syrië, een Aramese hemelgod,noemden zij Jupiter Dolichenus, een populaire godheid onder de Romeins-oosterse soldatenvan het grensleger in Syrië.

3.5 Sol Invictus

Deze Syrische zonnegod was evenals Mithras een onvermoeibare strijder tegen het kwaad,die dag in dag uit de duisternis overwon en zich aftobte voor de vruchtbaarheid van deaarde en het welzijn van de mensen.. Hij werd vereenzelvigd met de Griekse Helios en metzonnegoden, die inheems waren op de Balkan.

Deze God was samen met Hercules een populaire God onder de aanhangers van de stoïschefilosofie. Zij zagen in deze goden voorbeelden van onvermoeibare plichtsbetrachting enonophoudelijke strijd tegen het kwaad. Keizers die deze filosofische richting warentoegedaan, gaven zich uit als navolgers en evenbeelden van deze godheden. Daarbij kwam hetgoed uit dat Hercules en Sol evenals Mithras populair waren in de legerkampen. Devereniging van deze godheden was een extra bindmiddel tussen de keizers en de soldaten.

3.6 Het christendom

Zie hoofdstuk 7

4 Tempels

4.1 Inleiding

Elke godsdienst heeft wel zijn heiligdommen en ereplaatsen. De Romeinen, als'beschaafd' volk hadden ze dus ook. Het is over deze tempels dat ik het in dit hoofdstukzal hebben. Ze waren verspreid over heel het rijk maar kenden meestal wel dezelfdebouwstijl. Ze werden opgetrokken uit allerlei gesteenten, afhankelijk van de plaats.Kenmerkend zijn vooral de zuilen. Je hebt er drie hoofdsoorten. De dorische: hebben eenkapiteel bestaande uit een vierkante deksteen zonder versiering, de korinthische: Zijhebben een kapiteel met acanthusbladeren, de ionische: zij hebben een kapiteel met tweenaar onder krullende voluten. Omdat de tempels over het hele Romeinse wereld verspreidliggen heb ik besloten enkel de tempels te bespreken in Rome.

4.2 Het Pantheon
4.2.1 Ligging

Het Pantheon is gelegen bij de Piazza Della Rotonda. Deze wijk is al sinds eeuwen hetcentrum van Rome, zowel op politiek als op economisch gebied. Het is dan ook hier dat hetItaliaanse parlement zetelt, de beurs zich bevindt en ook de meeste andereoverheidskantoren gelegen zijn. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat er op kunsthistorischgebied niets te beleven is. Samen met het Pantheon vormen de vele historische gebouwen envele pleintjes ook wel een soort van historisch middelpunt van de stad. Ik zou toch ookenkele van deze gebouwen in het daglicht willen plaatsen. Eerst en vooral heb je voor hetPantheon een pleintje met een mooie Egyptische obelisk en een fonteintje waardoor ditpleintje zeer geschikt kan zijn voor een middagpauze tijdens een warme zomerdag. Op eenpaar minuutjes lopen van deze obelisk staat er al een andere. De obelisk wordt gedragendoor een gebeeldhouwd olifantje ontworpen door Bernini. De oude obelisk vond men in dekloostertuin van Santa Maria sopra Minerva. De kerk dat aan dit klooster verbonden is iszeker de moeite waard. Ze dateert uit de 13de eeuw en is één van de enige bouwwerken inde Gotische stijl in Rome. De kerk rust op authentieke Romeinse ruïnes, waarschijnlijk opdie van de tempel van Minerva. In deze kerk staat een schat aan Italiaanse kunst, onderandere een beeld van Michelangelo. Langs de andere kant van het Pantheon vinden we eenandere kerk. La Maddalena is aan een kleine Piazza gelegen. Ze is opgetrokken in Rococostijl en late Barok. Het kerkje vormt een overdonderend geheel met een koepel die volledigversiert is. Ondanks al deze pracht en praal roept de kerk toch op tot nederigheid eneenvoud door de taferelen die in enkele nissen uitgebeeld zijn.

4.2.2 Architectuur

Deze tempel die ter ere van alle goden en godinnen werd gebouwd, is één van de zeergoed bewaarde monumenten uit de oudheid. Wel is het jammer dat het bouwwerk door hogehuizenrijen wordt overtroffen en dat er in de loop der eeuwen wel veel van deoorspronkelijke glans verloren is gegaan. De voorhal van het Pantheon, die 33,5 x 13,5meter meet telt 16 granieten zuilen. Deze zijn 12,5 meter hoog en hebben een omtrek van4,5 meter. In de voorgevel staat te lezen dat dit gedeelte in het jaar 27 AC onder Agrippaklaar was. Waarschijnlijk was toen de eigenlijke tempelruimte ook klaar en werd deze aanalle godheden die in Rome geen eigen tempel hadden toegewijd.

De metalen oorspronkelijke toegangsdeur is 6 meter hoog. Hierachter is de rondetempelruimte met een diameter van 43,4 meter. De indrukwekkende koepel strekt zichharmonieus uit over de ronde ruimte, die slechts wordt verlicht door een opening in de nokvan het dak. Het geheel wekt een sfeer van rust en kalmte op. De harmonie is volmaakt

4.2.3 Geschiedenis

De tempel was dus klaar in 27 AC klaar. Hij werd in 23 door Hadrianus gerestaureerd enin 203 door Septimius Severus in zijn oude glans hersteld. Hij stond in het Marsveld,één van de meest imponerende wijken van die tijd. Toen de oude godencultus praktisch teneinde was gekomen wijdde Paus Bonifatius IV het Pantheon toe aan Maria en allebloedgetuigen.

4.2.4 Aanpassingen door de Pausen

Toen men het Pantheon omvormde tot kerk heeft men het interieur van deze tempelgeruïneerd. Er waren zeven nissen te vinden in het Pantheon. In deze nissen stondenbeelden van de Romeinse goden. Men heeft de beelden vervangen door Corinthische zuilen,waarschijnlijk in een poging om alles toch authentiek te doen lijken. In een eerste kapelrechts bij de ingang zien we de Annunziazione van Melozzo da Forli. In het middenrechts staat de tombe van koning Vittorio Emanuele II, die in 1878 stierf. Daartegenover,aan de linkerkant staat de tombe van koning Umberto I, die in 1900 werd vermoord. Rechtshiervan is het graf van Rafaël.

4.3 Tempels op het Forum Romanum
4.3.1 Inleiding

Het Forum Romanum was het hart van het OudeRome. Het is dan ook logisch dat in dit centrum ook het centrum van de godenverering lag.De meeste goden vonden hier hun tempel. Ook de verschillende vergoddelijkte keizer werdhier, soms deden ze het ook voor zichzelf, een tempeltje gebouwd. In dit hoofdstuk zal ikdan ook proberen de belangrijkste tempels te bespreken.

4.3.2 Overzicht van de grootste tempels

Als we het Forum betreden zien we op onze linkerkant de tempel van Antonius Pius enzijn vrouw Faustina. Keizer Antonius Pius liet deze bouwen in 141 voor zijn,vrouw die pas was overleden en officieel tot godin verklaard. Toen hij zelf overleed werdzijn naam toegevoegd aan de hare. Zes 17 meter lange zuilen met korinthische kapitelenvormen de voorkant van één van de best bewaarde gebouwen. In de tempel is in demiddeleeuwen een kerk gebouwd, de San Lorenzo di Miranda, die in 1602 een barokke gevelkreeg.

Recht ervoor licht het grondvlak van de tempel van de vergoddelijkte Julius Caesar. Nadat Caesar in 44 voor Christus was vermoord(zie de moord op Caesar), werd zijn lijkovergebracht naar de Regia, de ambtswoning van de hoogste priester van de Republiek, dievlak achter de tempel van Divus Julius ligt. Hier werd zijn lijk ook gecremeerd en werdeen zuil ter ere van zijn nagedachtenis opgericht. Door Caesars opvolger Augustuswerd op deze plaats voor de inmiddels als God vereerde dictator een tempel gebouwd, diewerd omgeven door een porticus, de Porticus Julia.

Een eindje verder vinden we de tempel van Saturnus, een gebouw dat inoorsprong zeer oud is. Nog in de koningstijd zou men zijn begonnen met de bouw, die werdafgerond in 498 BC. Wat ervan overblijft is echter te danken aan latere restauraties. Detempel werd door de latere Romeinen gebruikt als opslagplaats van de goud-enzilvervoorraden. Bij deze tempel ligt ook de Via Sacra. Hij dankt zijn naam aan het feitdat hij naar de meeste heiligdommen leidde. Voor de Romeinse legeraanvoerders was het hettoppunt van succes als zij samen met hun troepen over deze Via Sacra een triomftochtmochten houden.

De volgende tempel is die gewijd aan Castor en Pollux. Hij dateertuit 484 BC en werd vele malen gerestaureerd. Het is één van de meest karakteristiekegebouwen op het Forum. De drie korinthische zuilen van Parisch marmer dateren van het jaar6. Aan de voorkant stonden acht zuilen en aan de zijkanten elf. Castor en Pollux zouden nade beslissende slag tegen de andere Latische volkeren hier dichtbij hun paarden hebbengedrenkt. Dit gebeurde, volgens de legende bij de bron van Juturna. Het water uit dezebron zag men dan ook als geneeskrachtig water. Daarom bouwde men hier ook een badhuis. Nustaat op deze plek een kerk omdat er 40 martelaren zouden gestorven zijn doordat men heneerst in ijskoud en dan in kokend water had geworpen.

Goed bewaard is ook de Vestatempel en het daarachtergelegen huis der Vestaalsemaagden. Deze Vestaalse Maagden hadden als taak de godin Vesta te dienen. Ze moesten eroptoezien dat het vuur van Vesta eeuwig bleef branden. Deden ze dit niet, dan zou Rome tenonder gaan. De Vestaalse maagden werden op jeugdige leeftijd voor hun taak geselecteerddoor de opperpriester. Voor een periode van 30 jaar beloofden ze dan geen seksuelegemeenschap te hebben en alleen te leven voor Vesta. Wanneer ze die belofte braken werdenze op een gruwelijke wijze gedood. Naast de rituele taken bewaakten ze ook de testamentendie onder hun hoede kwamen. Het huis van de Vestaalse Maagden bevat een groot binnenhofmet Peristilium en drie vijvers. Hier staan standbeelden van verdienstelijke maagden. Hetzeer uitgebreide complex lijkt de archeologen voor zes bewoonsters wel wat groot en daaromneemt men aan dat de Pontifex Maximus hier ook zijn vertrekken had. (Hieruit volgt devraag: Waren deze maagden ook wel echt maagd?)

Weer wat verder vinden we de Romulustempel.Hij is zeer goed bewaard gebleven. Men denkt dat hij stamt uit de vierde eeuw AC. Hijdraagt nog steeds zijn oorspronkelijke deuren. In de zesde eeuw werd hij omgevormd totkerk.

We komen tenslotte bij de tempel van Venus en Roma, een grote tempel. Hij werd in 135ingewijd nadat keizer Hadrianus had besloten het Atrium van het gouden huis van Nero telaten afbreken. Hierbij hoorde ook het verwijderen van het 35 meter hoge bronzen beeld datNero van zichzelf had laten maken. Vierentwintig olifanten waren er nodig om dit beeldnaar het Colosseum te laten verplaatsen.

4.4 Andere Tempels in Rome

Behalve een podium met een paar resten van zuilen en kapitelen is er weinig over van detempel van Cybele. Over deze godin met haar gecastreerde priesters is er aleerder wat vermeld. Van deze tempel was er eveneens sprake bij Ovidius die over de aankomst van de Magna Mater hadgeschreven. Hij had het over een beeld dat verscheept zou zijn. Dit beeld is eveneensteruggevonden.

De tempel van Apollo, gelegen in het vroegere Velabrum-kwartier, werd gebouwdvan 435 tot 433 BC en in 179 en 32 BC gerestaureerd. Er staan nog drie mooie zuilen vanrecht. Restanten van de fundamenten zijn te zien in de San Maria in Campitelli.

De tempel van Mars Ultor werd door keizer Augustus gebouwd en staat midden op zijn Forum. Deze tempel werdgebouwd nadat hij voor de slag bij Phillipi, waar hij de moordenaars van Caesar versloeg, had gezworen een tempelte bouwen voor deze wrekende oorlogsgod. Deze tempel was een belangrijke plaats voor deRomeinse keizers. Zo vertrokken de afgezanten van de keizer naar de provincies van hetrijk officieel van hier en meldden zich hier ook weer na hun terugkomst. In deafscheidingsmuur van het Forum kan men zien war het dak is geweest. Van de korinthischezuilen, die tot de voorgevel behoorden, zijn slechts vier kleine stukken bewaard, terwijler drie zuilen van de zijgevel intact zijn gebleven.

De tempel van Hadrianus die werd gebouwd ter ere van de vergoddelijkteHadrianus, is ingewijd door diens opvolger Antonius Pius in 145. De resten van de tempel,nu te zien aan de zuidkant van de Piazza di Pietra, zijn een deel van een gebouw uit de17de eeuw. Het was oorspronkelijk een douanekantoor van de Paus, voltooid door CarloFontana en zijn zoon tussen 1690 en 1700. Thans is de beurs van Rome hier gevestigd. Elfmarmeren Corinthische zuilen van 15 meter hoog staan op een fundament van Peperino, eenvulkanisch gesteente afkomstig uit de Colli Albani ten zuiden van Rome. De Peperino-muurvan de cella, de zaal waar het beeld van de God stond, is nog zichtbaar achter de zuilen,evenals een deel van het cassettenplafond van de zuilengang. Een aantal tempelreliëfs vanveroverde Romeinse provincies zijn nu te zien op de binnenplaats van het Palazzo deiConservatori. Ze weerspiegelen het grotendeels vreedzame buitenlandse beleid onderHadrianus.

Op de Aventijn vindt men de tempels van het Forum Boarum. Deze bijnaongeschonden tempels uit de republiek zijn zeer mooi. Ze dateren uit de 2de eeuw BC enzijn bewaard doordat ze in de middeleeuwen als christelijke kerken gingen fungeren. Zevormen zeldzame voorbeelden van de vermenging van elementen uit de Griekse en de Romeinsearchitectuur. De rechthoekige tempel (vroeger ook bekend als Tempel van Virilis)was in feite gewijd aan Portunus, een god van de havens en de rivieren. Op eenverhoging verheffen zich vier Ionische zuilen en twaalf halfzuilen, ingebed in detufsteenmuur van de cella. Vlakbij staat een kleine ronde tempel van Hercules,de Griekse krachtpatser. Deze wordt vaak aangeduid als tempel van Vesta omwille van degelijkenis met haar tempel op het Forum.

De tempels van Juno, Spes en Janus zijn inmiddels zo goed als verdwenen. Op deplaats van deze tempels staat nu een kerk, de San Nicola in Carcere. De zuilen in de murenvan de kerk zijn afkomstig van deze tempels. Oorspronkelijk stonden ze tegenover eenstadspoort die het Forum Holitorium, de groenten- en oliemarkt, verbond met de weg dieleidde naar de haven.

De Area Sacra is een plaats die de resten van vier tempels herbergt.De resten van de tempels zijn bij een verbouwing in de jaren twintig ontdekt. Ze daterenuit de tijd van de republiek en behoren tot de oudste van Rome. De oudste tempel dateertuit de 4de eeuw BC. Hij stond op een verhoging met een altaar ervoor en heeft de typischevorm van een Italiaanse tempel. Een tweede dateert uit de 3de eeuw BC. In de middeleeuwenis er een kleine kerk, de San Nicola, over het podium heen gebouwd. De resten van tweezijbeuken zijn nog zichtbaar. Stompjes zuil aan de noordkant maken deel uit van een grotezuilengang. Daartegen stonden de twee andere tempels. We bevinden ons ook dicht tegen decuria van Pompejus waar Caesar werdvermoord.

Op het Forum van Caesar vinden we dein 46 BC ingewijde tempel van Venus Genetrix, van wie Caesar geloofde af te stammen. De tempelbevatte zowel beelden van Caesar enCleopatra als van Venus. Wat er nog rest van de tempel, zijn een podium en driecorinthische zuilen.

5 Hoe men Goden het best konbenaderen

5.1 Inleiding

Als je iets gedaan wilde krijgen van de goden moest dit altijd zeer tactvol gebeuren.Je moest proberen hen zo gunstig mogelijk te stellen. Als Romein had je natuurlijkmiddelen om de goede wil van een God op te wekken. Je had natuurlijk de offers. Zijmoesten enorm juist gebeuren wilden ze succes hebben en daarom riep je toch best de hulpin van een professional, een priester. Een ander middel gebruiken wij ook nog soms. Wezeggen nog snel een gebedje op voor het begin van het examen om toch nog ergens steun tezoeken. Dit principe kenden de Romeinen natuurlijk ook, zij waren specialisten in hetaanroepen van goden.

5.2 Offers, gebeden en geloften

De voornaamste manieren om goden te benaderen waren offers, gebeden en geloften. Wieeen God op foutloze wijze iets gaf of beloofde kon aanspraak maken op een wedergeschenkje.De gevraagde wens werd in een gebed of in een schriftelijke gelofte precies aangeduid. 'Dout des' luidde een bekende zegswijze/ 'ik geef opdat gij geeft'. De meeste offers engeloften waren klein en hadden betrekking op gewone persoonlijke zaken. Kleine spijs-enplengoffers werden, onder het uitspreken van korte gebedsformules, elke dag in de huizengebracht aan de huisgoden en de goddelijke beschermers van de familie. Korte bezwerendeformules en kleine plengoffers waren bekende reacties op plotseling ongunstige voortekens,zoals een ongunstige uitspraak van een voorbijganger dat door het raam naar binnen kwam,of een kwade blik van een passant naar een jong kind.

Individuen brachten kleine spijs- en reukoffers in de tempels of op een altaar ervooren deponeerden hun geloften, geschreven op houten of metalen plaatjes, op het voetstuk vanhet godenbeeld. Personen en gezinnen brachten ook offers op religieuze feesten. Inboerengemeenschappen leidden de dorpelingen in maart of in mei, wanneer het graan al op develden stond maar nog niet rijp was, een varken, een lam en een stierkalf, die met lintenen wollen banden waren versierd, in processie om de akkers. Daarna brachten zij eenplengoffer aan Janus en Jupiter. Vervolgens offerden zij de dieren aan Mars, waarbij zijde God in oeroude formules meedeelden welke onheilen hij in ruil voor de offers moestafwenden.

Er waren grote offerplechtigheden, die bij de altaren voor de tempel plaatsvonden. Dezewerden geleidt door hoge magistraten en priesters en waren bestemd voor de helegemeenschap van de stad. In Rome werden grote plechtigheden gehouden voor heel hetRomeinse volk en geleid door de keizer en zijn meest aanzienlijke bestuurders. Bij elkegodheid pasten bepaalde offers, riten en aanspreektitels. De magistraten en priesters, diede plechtigheden leidden, moesten deze nauwkeurig kennen of een goede souffleurinschakelen.

5.3 Brandoffers

Als er een groot brandoffer werd gebracht (bijvoorbeeld een stier), reinigden depriesters en de offerknechten zich grondig en onstaken daarna het vuur op het altaar.Vervolgens leidde een knecht het rund naar het altaar. Het was tevoren met linten enbanden versierd en de horens waren verguld. Het dier moest helemaal gezond en gaaf zijn.Als het rund rustig naar het altaar kwam, was dat een goed voorteken. Liep het echterineens weg, dan voorspelde dit onheil. Vervolgens werden mensen die niet aanwezig kondenzijn, bijvoorbeeld slaven, weggestuurd. Daarna werd om stilte verzocht en begon hetfluitspel, dat het gebed begeleidde. De dienstdoende magistraat of priester trok een slipvan zijn toga over zijn hoofd, strooide meel en zout tussen de hoorns van het offerdier enplengde er wat wijn op uit een platte schaal. Vervolgens werd het dier van zijnversierselen ontdaan en door een symbolische snijbeweging boven zijn rug gewijd. Daarnavolgden foutloos uitgesproken gebedsformules, ingeluid met de exacte aanspreektitels vande godheid. Tenslotte werd het offerdier gedood met een bijlslag op zijn kop en een snedein de keelslagader. De inwendige organen werden geïnspecteerd; ze moesten precies goedzijn, en men kon uit de ligging en structuur ervan iets opmaken over de toekomst en degunst der grote. De organen werden verbrand. De damp steeg op naar de godheid. De rest vanhet vlees werd op de markt verkocht of ter plaatse uitgedeeld en gegeten. Alleen bij dezegelegenheden aten de Romeinen een flinke portie rundvlees.

5.4 Priestercolleges

Voor de openbare eredienst waren in elke stad enkele priestercolleges verantwoordelijk.Ze bestonden uit de plaatselijke notabelen, die konden beschikken over hulpkrachten uit delagere standen, die er hun beroep van maakten. De priestercolleges in Rome bestonden uitsenatoren, leden van de hoogste rijksaristocratie. De senatoren in Rome en de plaatselijkenotabelen in de kleinere steden vervulden hun taken als priesters naast hun bestuurswerkals magistraten.

Het belangrijkste priestercollege in Rome was dat van de Pontifices, geleid door dePontifex Maximus. In de republikeinse tijd was dat steeds één van de belangrijkstesenatoren, maar in de keizertijd vervulde de keizer zelf deze functie. De pontifices warenverantwoordelijk voor de cultus van de Romeinse staatsgoden. Behalve dit college bestondener in Rome allerlei specialistische priestercolleges, die bepaalde cultussen en takenverzorgden. Ook deze colleges waren samengesteld uit senatoren.

6 Wat gebeurde er met de doden?

6.1 Inleiding

De gemiddelde leeftijd in het Romeinse Rijk lag laag, ongeveer 25 jaar. De voornaamsteoorzaak was de geweldige kindersterfte in alle lagen van de bevolking. Epidemieën eistenook een zware tol. Talloze vrouwen, vooral uit de lagere standen, stierven maar al te vaakin het kraambed en in elke generatie stierven talloze mannen aan de gevolgen van deoorlog. Bij plotseling optredende sterfte of spectaculaire rampen vermoedden de mensen datdit te wijten was aan de goden of aan zwarte magie.

6.2 Dodenriten

De Romeinen begroeven hun doden met zorg, omdat zij geloofden dat zij zo de zielen vande doden een nieuwe thuis gaven in het dodenrijk. Wanneer voor een dode geen begrafeniswerd verzorgd kwam zijn ziel niet tot rust, maar bleef rondzwerven. De dode kreeg bij debegrafenis allerlei gaven mee voor de reis naar de onderwereld. Dij aankomst daar gafPluto de schim een plaats. De schim van een misdadiger kon tot gruwelijke straffen wordenveroordeeld en mensen die iets geweldig hadden gepresteerd kregen dan weer een bevoorrechtplaatsje.

De Romeinen dachten dat er soms nog contact met de schimmen mogelijk was. Zij offerdenaan de geesten van hun voorvaderen om hen tevreden te stellen. Deze offers werden gebrachtbij de twee grote dodenherdenkingen, de Parentalia in februari (voor de doden van de eigenfamilie) en de Lemuria in mei (algemeen offer aan de goden en de schimmen in hetdodenrijk). In februari trokken de Romeinse gezinnen naar de begraafplaatsen om eeneenvoudig spijs-en plengoffer te brengen bij het familiegraf.

6.3 De begrafenis

Een begrafenis in hogere kringen verliep zo. Meteen na het sterven riepen defamilieleden de dode aan met al zijn namen en functies (deze lijst kon soms wel eensoplopen). Daarna werd het lijk gewassen, gebalsemd en opgebaard met al zijn tekenen vanwaardigheid. De balseming was voornamelijk gericht op conservering, wat in de zuidelijkestreken wel nodig was. De dode stond namelijk vijf tot zeven dagen bovengronds. Tijdensdie dagen waakten familieleden en vrienden bij de dode. Zij zongen klaagliederen, branddenwierook en kaarsen en zeiden gebeden voor de ziel van de overledene.

Op de dag van de begrafenis ging de stoet eerst naar een geschikte plaats voor hethouden van een lijkrede, bijvoorbeeld naar het Forum. Soms werd nog het oude gebruik inere gehouden om mensen die portretmaskers van de voorouders droegen, te laten meelopen entijdens de lijkrede op één rij te laten zitten op een goed zichtbare plaats. Devoorvaderen waren dan als het ware aanwezig. Na de lofrede op de dode ging de stoet naarde begraafplaats, even buiten één van de stadspoorten.

Op de begraafplaats werd de dode verbrand of begraven, al naargelang de mode van datogenblik en de traditie van de familie. Als de dode was verbrand, deed men de as in eenurn en zette deze in een nis in het graf. Indien de dode werd begraven, gebruikten deRomeinen een sarcofaag. Op de zijkanten van zo'n sarcofaag lieten de Romeinen in prachtigreliëfwerk allerlei symbolische voorstellingen afbeelden.

Negen dagen na de begrafenis kwamen vrienden en familie terug naar het graf, hielden ereen dodenmaal en offerden een varken aan Ceres. Daarna werd in het huis van de dode eenram geofferd aan de huisgoden. Vervolgens vond er een uitvoerige reiniging plaats, want dedood bezoedelde iedereen die ermee in aanraking kwam.

6.4 Begraafplaatsen en graven

De begraafplaatsen waren, evenals de meeste steden, regelmatig aangelegd. De rijkste enhoogste families hadden hun eigen graven, vaak op hun landgoederen, maar ook wel langs dewegen buiten de stadspoorten. De graven vertoonden een grote verscheidenheid in vorm enomvang, al naargelang van de status en de rijkdom van diegenen die ze liet aanleggen. Zevarieerden van eenvoudige met dakpannen bedekte schachten en kuilen tot grote grafgebouwen(mausolea). Een familiegraf bestond uit een perceel grond, waarin de leden van het gezin,het personeel en de vrijgelatenen werden bijgezet. Deze percelen waren vaak met een lagemuur omgeven en konden verscheidene grafmonumenten bevatten. Om de grafpercelen heen warenfraaie tuinen aangelegd.

Er waren ook onderaardse grafkamers in allerlei vormen. Sommige hadden tientallennissen voor urnen in de wanden. De Romeinen noemden ze daarom columbaria (duiventillen).Ze waren de eigendom van begrafenisverenigingen. Grafkamers en grafmonumenten werdenversiert met voorstellingen in stuc-reliëf en schilderingen uit het dagelijkse leven ofuit mythen over het dodenrijk.

7 Het christendom

7.1 Inleiding

Omdat het christendom nog steeds de grootste godsdienst ter wereld is heb ik beslotenom er een geheel hoofdstuk aan te wijden. In de Romeinse tijd bestond deze heerschappijgeheel niet. Het was een nevengodsdienst die zelfs als staatsgevaarlijk werd beschouwd. Dechristenen werden uitgebreid vervolgd door de verschillende keizers. Hieraan is dan tocheen einde gekomen. Ik zal de oorzaak van deze geloofswending dan ook bespreken.

7.2 Oorzaak van de vervolgingen

Men mag de Romeinse keizers of stadhouders niet zomaar beschuldigen van haat tegen dechristenen of van vervolgingswoede. De Romeinse godsdienst was in principe heel tolerant(zie maar naar de overgenomen goden). Slechts wanneer men een godsdienstige zaakgevaarlijk vond voor de staat en voor de vrede onder het volk, greep men in. Aanvankelijkwaren het vooral de onlusten tussen christenen en Joden of tussen christenen en 'heidenen'die er voor zorgde dat er ingegrepen werd.

De christenen moesten zich vanwege hun levensstijl, die gekenmerkt werd door eenhouding van afzijdigheid van de heidense cultus, vroeg of laat de haat van hun omgeving opde hals halen. Daarbij rijst de vraag waarom de tolerante humanisten, die de Romeinen tochwaren, niet verdraagzaam waren tegenover het christendom. Ze waren immers wel redelijktolerant tegen de oosterse godsdiensten en misschien vreemd genoeg ook tegenover deJoden(er zijn natuurlijk wel uitzonderingen). Het verschil moet gezocht worden in de aardvan de godsdiensten in kwestie. De oosterse religies maakten geen aanspraak opabsoluutheid maar het christendom deed dat wel.

Na het monoteïstische jodendom verscheen hier voor het eerst een godsdienst in hetRomeinse rijk die zijn God niet als één van de vele goden beschouwde, maar als de enigeware God en als de enige Verlosser. Er verschijnt een godsdienst die de Romeinsegodsdienst fundamenteel afwijst. Want vanuit hun geloofsovertuiging waren de christenenverplicht om niet mee te doen aan het geheel van het Romeinse heidense leven. Daarommoesten zij na een tijd wel beschouwd worden als tegenstanders van het toenmaligecultuurleven, met inbegrip van het religieus karakter ervan. In de ogen van de heidenenwaren de christenen niets anders dan minderwaardig gespuis.

Als we de aanklachten tegen de christenen nagaan vinden we dat zij aangeklaagd werdenwegens goddeloosheid (asebeia), wegens ongeoorloofde godsdienst (religio illicita), wegensbijgeloof of vreemd geloof (superstitio) en wegens nieuw en schadelijk bijgeloof. Dezeuitdrukkingen vinden we bij Tacitus, Suetonius en Plinius de jongere.

7.3 Overzicht van de vervolgingen
7.3.1 Hoe het begon

Oorspronkelijk zijn er geen moeilijkheden tussen het christendom en de staat. DeRomeinen beschouwen het christendom als een ongevaarlijke Joodse sekte. Zij warentegenover het Jodendom op religieus vlak tolerant, omdat zij het terecht beschouwden alseen nationale godsdienst. Natuurlijk in de veronderstelling dat het Jodendom enkel opreligieus vlak bestaat, want de Romeinen komen wel tussenbeide als het gaat overopstandige aktiviteiten.

De eerste christenen namen blijkbaar een soort neutrale houding aan tegenover de staat.Paulus beschrijft immers in één van zijn brieven aan de Romeinen dat iedereen zich moetonderwerpen aan de gezagdragers omdat alle gezag aangesteld is door God zelf. En wie dusingaat tegen het gezag gaat ook in tegen God. Het is niet uitgesloten dat Paulus vreesdedat de christenen door de Joden meegesleept zouden worden in hun verzet tegen Rome. Dehoop op een rijk van Christus schijnt voor de eerste christenen duidelijk anders te zijndan de hoop op een aardse staatsmacht.

7.3.2 Een eerste periode van vervolgingen (64-138)

Uiteindelijk is het toch tot botsingen gekomen tussen de staat en het christendom. Deeerste vervolging is die van Nero (54-68). Petrus en Paulus waren waarschijnlijkslachtoffers van deze reeks van vervolgingen. Ze was misschien eerder een uitbarsting vantirannieke willekeur, misschien vermengd met een anti-Joodse tendens. Dat bracht ookmeteen ook een verandering in de houding van de christenen tegenover de staat. De staatwordt van nu af beschouwd als een vijand en vervolger. Tacitusbeschrijft dat de christenen werden beschuldigd van het stichten van de brand in Rome endat ze daarom niet alleen van deze brand maar ook wegens haat tegen het menselijk geslachtwerden veroordeeld.

Onder Domitianus (81-96) die zich 'Dominus et Deus' (heer en God) liet noemen vindt eentweede golf van vervolgingen plaats. Na de val van Jeruzalem in 70 is geleidelijk een deelvan de christenen naar Jeruzalem teruggekeerd. Al naargelang de plaatselijkeomstandigheden een verschillend karakter aan. Zo zal zij zich in Jeruzalem vooral richtentegen bloedverwanten van Jezus. Te Rome richt zij zich tegen het verzet van intellectuelenen tegen christenen binnen de keizerlijke familie zelf. Onder de militaristische Trajanus(98-117) gaan de vervolgingen door.

7.3.3 De tweede periode van vervolgingen (138-250)

Deze periode wordt eigenlijk gekenmerkt door het feit dat het eigen karakter van hetchristendom door de omgeving erkend wordt. De christenen blijven leven onder voortdurendedreiging en onzekerheid, waarvan de grondslagen eigenlijk gelegd werden in de voorgaandeperiode: "de naam christen is voldoende voor een veroordeling". Het zijntrouwens niet altijd de keizers geweest die wantrouwig stonden tegenover het christendom.Vaak gaat de dreiging uit van de Romeinse of Joodse bevolking. Christenen worden beschouwdals kleine, naïve, lichtgelovige, duistere en bedrogen mensen. De vervolgingen zijn eensoort haat uitbarsting.

Waarom vraag je je dan af. Waarschijnlijk is dit toe te schrijven aan het verzet vaneen minderheidsgroepering, die anders leefde dan de massa, altijd stuit. Alleen al heteigen karakter en de teruggetrokkenheid van de christenen maakten hen verdacht. DeRomeinen voelden hun eigen gemeenschap bedreigd, omdat de christelijke overtuigingautomatisch een kritiek inhield op de bestaande maatschappij. De christenen deden niet meeaan de verheerlijking en vergoddelijking van de Romeinse politiek en cultuur. Zij dedenniet mee aan hun feesten en zij hadden kritiek op het leger. De kerk had zelfs ook eenandere opvatting over het huwelijk, de slaven en de armenzorg.

Bovendien moet men nog rekening houden met een andere factor, namelijk dat men wildevoorzien in de behoefte van het volk. Voor hun feesten en spelen waren nu eenmaal bloed enslachtoffers nodig

Afwisselend stonden keizers geduldig, zelfs vriendelijk, dan weer haatdragend tegenoverde christenen. Vanaf de helft van de tweede eeuw hangen vervolgingen nauw samen met deinnerlijke politieke spanningen van het Rijk: militaire nederlagen, bedreigingen aan degrenzen, levensduurte, hongersnood en nationalisme. Het feit dat men de schuld hiervan opde christenen kan schuiven, toont duidelijk aan dat men hen is gaan beschouwen als eenstaat in de staat en zo als staatsgevaarlijk.

De regeerperiode van Hadrianus (117-138) vormt een periode van betrekkelijke rust voorde christenen. Onder Antonius (138-161)begint men duidelijk onderscheid te maken tussenchristenen en Joden, hoewel men de christenen nog niet goed weet te plaatsen. Over hetalgemeen blijven zij 'zonderlinge wezens aan de zelfkant van de maatschappij'.

De vervolgingen onder keizer Marcus Aurelius (161-180), die als filosoof niet de minsteachting op kon brengen voor het kleine christelijke 'bijgeloof', hangen weer samen met depolitieke spanningen. Een eerste barbaar op de keizerstroon, de legeraanvoerder MaximusThrax, heeft het vooral gemunt op de hogere geestelijkheid. Dit toont aan dat de kerk toenal een goed georganiseerd instituut was.

7.3.4 De derde vervolgingsperiode (250-311)

De soldatenkeizer Decius (249-251) streefde bewust naar een innerlijke vernieuwing vanhet Romeinse Rijk. Daartoe wilde hij de religieuze basis van het rijk, de staatscultus,weer in ere herstellen. Hij is de eerste die officiële wetten tegen de christenenuitvaardigt. Om een pestepidemie af te weren beveelt hij dat iedereen aan de Goden moestofferen. Men moest zelfs een schriftelijk bewijs kunnen voorleggen. Ontzaglijk veelchristenen vielen hun geloof af omwille van deze vervolging.

Onder Valerianus (253-260) was de slechte toestand in het rijk nogmaals oorzaak van eenheftige vervolging. Maar het christendom stond nu sterker dan onder Decius, er was meerovertuiging. Juist vanwege deze innerlijke rust laat Gallienus (260-268) de christenen metrust.

Deze rust duurt tot 303 als Diocletianus, wiens vrouw en dochter waarschijnlijk ookchristen waren, plotseling de laatste, maar ook de bloederigste vervolging inzet. Hijbeval de vernieling van alle kerken, de uitlevering en verbranding van alle gewijde boekenen verbood iedere godsdienstige bijeenkomst. Alle geestelijken moesten gevangen worden engedood. Ook het leger moest grondig gezuiverd worden. In het Westen werd Diocletianus'vervolging niet zo streng doorgevoerd als in het Oosten en duurde er ook niet zo lang. Defanatieke Galerius, schoonzoon van de keizer, dreef ze in het Oosten door tot 311. Toenzag hij het nutteloze er van in. Of wat meer waarschijnlijk is: zelf zwaar ziek geworden,staakte hij uit angst de vervolging en vaardigde een tolerantie-edict uit.

7.4 Een nieuwe tijd breekt aan
7.4.1 Keizer Constantijn(312-337)

In 312 overwint hij Maxentius. In 306 wordt Constantijn keizer. In 324 krijgt hij dealleenheerschappij. De christenen zijn dan nog in de minderheid. Men kan stellen datConstantijn reeds vanaf 314 de christenen de godsdienstvrijheid heeft gegeven en hetchristendom gelijkgesteld met de heersende godsdienst. In 324 trok Constantijn ten strijdetegen Licinius in het Oosten en versloeg hem. Het is mogelijk dat Constantijn deze oorlogbeschouwde als een religieuze bevrijdingsstrijd ten bate van de vervolgde christenen in deoostelijke provincies.

Eén ding is zeker: Constantijn voelde zich een door God gezondene, een beschermer vanhet christendom. Dit is de reden waarom geen enkel probleem binnen het christendom hem nogonverschillig kon laten.

Vanaf 324 begint hij het christendom te bevoorrechten. Eerst ijverde hij voor hetherstel van het aangedaan recht zoals het nietig verklaren van veroordelingen, hetongedaan maken van degradaties en de teruggave van aangeslagen goederen. En daarna deedhij er nog een schepje bovenop:

Op het concilie van Nicea in 325 viert Constantijn zijn twintigjarig ambtsjubileum meteen toespraak door een bisschop (voor het eerst niet door een heidense redenaar).Constantijn liet zich pas op zijn sterfbed dopen. Met hem is de Roomse religie geboren,hoewel zijn optreden in religieuze aangelegenheden niets ongewoons was in zijn tijd. Leukom te weten is nog dat het Oosten Constantijn in zijn heiligenkalender heeft opgenomen.Het Westen heeft dit nooit gedaan en heeft altijd meer afstand gehouden tot hetkeizerschap.

8 Bibliografie

ANWB, Rome en omgeving, Den Haag,1973

Olivia Ercoli/ Ros Belford/ Roberta Mitchell, Rome, CAPITOOL REISGIDSEN,Houten, 1995²

Herman Beliën/ Rina Koper, Rome Napels, DOMINICUS REEKS, Haarlem, 1989²

Roy Willis, Mythen van de mensheid, Baarn, 1994

Dr. Lucia Cavazzi/ Dr. Renata Falco, Rome Vatican City, Rome, 1971

Lecturama, Het Romeinse Rijk, Rotterdam, 1977

Christian Papeians, Kunst en beschaving Rome, ARTIS-HISTORIA, Brussel, 1989

Lecturama, Europa, DE LANDEN DER WERELD EN HUN BESCHAVING, Rotterdam

Anthony Atmore, Twee miljoen jaar beschaving, Brussel, 1977

Karel Verleyen/ Frank Leys/ Junius, Uil of Adelaar, Tielt, 1992

Prof. dr L. de Blois, De Romeinse wereld, Utrecht, 1986²

Tim Cornell/ John Matthews, Atlas van het Romeinse Rijk, Amsterdam, 1983

Anna Maria Liberati/ Fabio Bourbon, Het oude Rome, Lisse, 1996

Microsoft, Encarta '95, USA, 1994
 

top


Carpe translationem

Etrusken ] [ Goden ] Slaven ]

© 2005, 2006 www.klassiekevertalingen.nl

Plùk een vertaling