Pompeď

 

Up ]

down 

Inhoudstabel:

1 Het ontstaan van een stad

2 Een streek, een vulkaan

1.Het ontstaan van een stad

Op het moment dat de uitbarsting in het jaar 79 een eind maakte aan het bestaan vanPompeď, had de stad al een geschiedenis achter zich die - voor zover we weten - teruggaattot het einde van de 7de eeuw v.C. De plaats die voor de stad werd gekozen was eenheuveltje dat was ontstaan door een uitbarsting van de Vesuvius in vroegere tijden, vlakbij de plaats waar de Sarno zich, voordat ze uitmondde in zee, verbreedde tot een soortlagune, die een ideale haven zou kunnen worden voor grote schepen. Aan deze plaats warenechter ook nadelen verbonden. Vooral de drinkwatervoorziening was een probleem en menmoest diepe putten graven om aan drinkbaar water te geraken. Het is uitgesloten datPompeď op 'natuurlijke' wijze is ontstaan, als een in de loop van de tijd groter wordendenederzetting op een knooppunt van wegen. Zo'n betrekkelijk hoog gelegen punt aan de randvan een uitgestrekte vlakte is immers geen logische plaats voor een kruising vanbelangrijke, naar andere kanten doorlopende wegen, die er eerder in een boog omheen zoudengaan. De plaats was vooral strategisch van belang: vanaf dit hoge punt had men niet alleenover de haven aan de monding van de Sarno, maar ook over de hele kustlijn.

1.1 De Opiciërs

Tijdens de opgravingen is men in het dal van de Sarno op verschillende necropolen ental van dorpen uit de prehistorie of de direct daarop volgende periode gestoten. Ze liggenallemaal in de buurt van de rivier. Er is bijvoorbeeld het dorp uit de bronstijd, dat nietzo lang geleden vlak bij de monding, in San Abbondio, in het huidige Pompeď, is gevonden.Of het dorp Sarno, dat bij een van de bronnen van de rivier ligt. Of de dorpen die tussende 9de en de 16de eeuw v.C. wat verder in het dal lagen en waarvan resten zijn gevondenbij de huidige plaatsen Striano, San Marzano en San Valentino Torio. In het Sarno-dalwoonden aan het einde van de prehistorie de Opiciërs, die zich voornamelijk bezighieldenmet landbouw. Ze lijken in het begin erg honkvast te zijn geweest en weinig socialeonrusten te hebben gekend. Maar onder invloed van culturele elementen van buitenaf -vooral van de handel met de Griekse kolonie Cumae, die halverwege de 8ste eeuw v.C. wasgesticht - begon deze maatschappij zich stilaan op te delen in klassen. Toch bleef zijbestaan uit vele kleine gemeenschappen, die elk beschikten over een bepaald deel van hetdal. De rijkste pronkten graag met de herkenningstekenen van hun maatschappelijke rang eneconomische welstand, zoals blijkt uit hun graven en de inhoud ervan. Deze situatie werdplotseling ingrijpend veranderd door een totaal nieuw, bijna revolutionair element: devorming van een stad.

1.2 De Etrusken, de Grieken en de vorming van de stad

Om Pompeď te bouwen op een tamelijk hoog punt langs de steile kust, kunnen alleenstrategische doeleinden belangrijk zijn geweest. Het had de mogelijkheid een oogje in hetzeil te houden op de monding van de Sarno, de belangrijkste toegang tot het vruchtbaredal. Overigens werd Pompeď een tijdlang beschermd door een ommuring die de hele heuvelomgaf. De stad zelf besloeg aanvankelijk maar een fractie van zijn uiteindelijkeoppervlakte, namelijk het huidige forum en zijn onmiddellijke omgeving en het terras tenzuidoosten ervan. De stichting van de stad heeft waarschijnlijk te maken met hetbinnenvallen van de Etrusken in zuidelijk Campanie. Ditvolk, dat Rome stichtte en beschikte over waardevolle grondstoffen zoals het in die tijdzeer in trek zijnde ijzer, had zijn economische macht zien groeien en dankzij de handelmet de Griekse wereld een grote culturele ontwikkeling ondergaan. De machtige enwelvarende koloniën die de Grieken langs de kusten van onder andere Campanie haddengesticht om hun handelsroutes te controleren en te beschermen, vormden echter een obstakelvoor de Etruskische expansie in zuidelijke richting. De Etruskenkenden een zeer uitgebreide stedelijke beschaving. Het lijkt erop dat ze steun hebbengezocht en gekregen bij de plaatselijke bevolking, om zo versterkte plaatsen met eenduidelijk strategisch doel te kunnen vormen. Deze veronderstelling wordt nog meergeloofwaardig doordat op de Sarno-vlakte vrijwel gelijktijdig twee steden ontstonden:namelijk Pompeď, van waaruit de scheepvaart op zee en op de rivier kon wordengecontroleerd, en Nuceria, dat aan het andere einde van het dal ligt, in de engte die deuitlopers van de Apennijnen scheidt van de Montes Latarii, en van waaruit men een oogje inhet zeil kon houden op de verbindingswegen over land tussen zuidelijk Campanie en hetuiterste zuiden. Deze twee steden zouden in de daarop volgende eeuwen nauw met elkaarverbonden blijven. Tijdens de eerste fase werden in Pompeď twee heiligdommen gebouwd, diein de Oudheid belangrijke trekpleisters vormden. Het eerste was gewijd aan Apollo enverrees in de buurt van de open markt, een ontmoetingsplaats in het midden van de stad datlater het forum zou worden. De tweede, een Dorische tempel, werd gebouwd op het zuidelijketerras, dat rechtstreeks uitkijkt op de zee. Dit terras ligt boven op een rotspunt en detempel is vanuit zee al van ver te zien. Daardoor was het bouwwerk tegelijkertijd eenwaardevol baken voor de kustvaart. Uit bepaalde elementen, zoals de wijding van de eerstetempel een Apollo en de Dorische zuilen van de andere, kan men afleiden hoe belangrijk deGriekse bijdrage aan de Etruskische cultuur is geweest. Onderzoeken in de Apollo-tempelhebben uitgewezen dat deze buiten de uit Griekland afkomstige voorwerpen ook eenaanzienlijke hoeveelheid bucchero bevatte, het zwarte aardewerk dat typisch is voor deEtruskische beschaving. Sommige van de voorwerpen droegen in het Etruskisch geschreveninscripties, wat erop wijst dat de Etrusken ook echt indeze stad leefden, evenals op het Sorrentijnse schiereiland en in de rest van hetSarno-dal, tot aan Nuceria. Van de complexiteit van de sociale en etnische cultuur in hetzuidelijk Campanie van die tijd getuigen twee inscripties gevonden in Nuceria en VicoEquen. Deze inscripties zijn geschreven in een alfabet dat eigen is aan die streek, maarwaarvan ook voorbeelden zijn gevonden in Midden-Italie. Deze inscripties geven waardevolleinformatie over de autochtone Italische bevolking van het Sarno-dal, die in de oudstehistorische bronnen al Opici worden genoemd.

1.3 De komst van de Samnieten

Na de tweede slag om Cumae in 474 v.C. vormden de Griekse steden een coalitie. Tegenhet einde van de vijfde eeuw v.C. volgden invasies van Samnietische stammen uit hetApennijnse bergland. Deze omstandigheden betekenden het definitieve einde voor deEtruskische macht, waarna de streek ingrijpende wijzigingen onderging. De Samnietenmaakten zich meester van het gebied dat de Grieken niet hadden willen of kunnen bezetten.De Grieken waren inmiddels toch de onbetwiste heersers van Campanie en ze deden het watkalmer aan sinds ze het Etruskische gevaar hadden verdreven. En zo werd Pompeď eenOskische stad, die volgens de Samnietische politieke traditie deel uitmaakte van eenconfederatie van steden. Nuceria was de hoofdstad van deze confederatie, waarvan ookHerculaneum, Sorrento en Stabiae deel uitmaakten. Herculaneum werd waarschijnlijk in deSamnietische tijd gesticht: een bescheiden citadel op een uit zee oprijzende rotsachtigekaap tussen twee rivieren aan de voet van de Vesuvius. Tot op heden zijn bij deopgravingen hier nog geen resten van voor de vierde eeuw v.C. gevonden, hoewel bronnen uitde Oudheid menen dat de stad lang voordien al bestond en zou zijn gesticht door Hercules.Vervolgens zouden onder andere de Opiciërs, de Etruskenen de Samnieten er aan het hoofd hebben gestaan. Het opgegraven deel beslaat slechts eenklein stuk van de stad, amper vijf hectaren. Pompeď begon zich in de Samnietische tijduit te breiden. Ten oosten van de Via Stabiana werden bijna vierkante huizenblokkengebouwd. In de latere Romeinse stad zou deze Via Stabiana doorlopen tot de Porta Vesuvioen de belangrijkste noord-zuid-as vormen, de cardo. De stad breidde zich verder vooral uitin noordelijke richting, met de buurt die nu regio VI wordt genoemd en die oorspronkelijk,ondanks intensieve activiteit, buiten de stadskern viel. Daar bouwden vooraanstaandenSamnieten hun woonwijk: lange, smalle, rechthoekige blokken aan weerszijden van de Via diMercurio, die de Via del Foro in noordelijke richting verlengde. Hun huizen bleven in deloop van de tijd, tot de verwoesting van de stad in 79, bewaard en ondergingen nauwelijksstructurele of uiterlijke veranderingen. Nieuwe, degelijkere versterkingen werden gebouwd.In plaats van het plaatselijke lavasteen met tufsteen waaruit de eerste ommuring wasopgetrokken, gebruikte men nu het harde kalksteen van de uitlopers van de Apennijnen bijde bronnen van de Sarno. De muren zouden later, waarschijnlijk naar aanleiding vanHannibals expeditie aan het einde van de derde eeuw v.C., worden versterkt en verfraaidmet een reeks sterke, hoge torens, die netjes in een rij en op gelijke afstand van elkaarwerden geplaatst en wit werden gekalkt. Deze torens, die een nog beter zicht op de vlakteboden, stonden symbool voor de macht van de stad.

1.4 Hannibal in Campanie

Door de invallen en plundertochten van het leger van Hannibal, een van de grootsteveldheren uit de Oudheid, werd het hele Sarno-dal zwaar gehavend in de Tweede PunischeOorlog. De Carthagers belegerden en verwoestten Nuceria, de hoofdstad van de Oskischefederatie in Zuid-Campanie, die na de Samnietische oorlogen een trouwe bondgenoot van Romewas geworden. Veel Nucerianen vonden onderdak in naburige steden, vooral in Atella, waarze de wederopbouw van hun stad afwachtten. Pompeď breidde zich na deze oorlog verder uitnaar het oosten. Langs de twee grote decumani, de oost-west-assen; Via di Nola in hetnoorden en Via dell'Abbondanza in het zuiden, verrezen nieuwe, rechthoekige woonblokken.Deze laatste werd hiermee een stuk langer en het bewoonde deel van de stad liep nu doortot aan de stadsgrens met de versterkingen. De vulkanische heuvel die men, met oog op detoekomst, al in de eerste fase van de stad had ommuurd, was inmiddels bijna helemaalvolgebouwd. Recente onderzoekingen in dit gebied hebben aangetoond dat men hier in dezeperiode in een schaakbordpatroon een reeks kleine, helemaal identieke huizen heeftgebouwd, opgetrokken rond een binnenplaats en met aan de achterzijde een tuin. Toen laterde behoefte aan woningen was afgenomen omdat men Nuceria had herbouwd, werden deze huizenafgebroken om plaats te maken voor grote stukken landbouwgrond, waarop men wijn verbouwdeen de bloemen kweekte die werden gebruikt bij het maken van parfum.

1.5 De welvaart van de laatste Samnietische periode

In de laatste decennia van de tweede eeuw v.C., tegen het einde van de Samnetischetijd, beleefde Pompeď een van de welvarendste perioden uit zijn geschiedenis. Hetbondgenootschap met Rome had voor de Italische wereld het hele Middellandse Zeegebied, envooral het oostelijke deel ervan, als afzetmarkt opengesteld. Dit bracht nog meer welvaartin een maatschappij die reeds profiteerde van een bloeiende economie, gebaseerd op hetgroot grondbezit, de latifundio. Het leven in de stad toonde de rijkdom die de koopliedenvergaarden met hun winstgevende zeehandel. Halverwege de eeuw was er een uitgebreidstadsvernieuwingsprogramma opgestart. Een zuilengang met twee boven elkaar geplaatsterijen zuilen - onder Dorische, boven Ionische - waarmee elementen uit verschillendeperiodes en van verschillende herkomst werden verbonden, gaf het centrale plein, hetforum, een monumentaal karakter. Een aan Jupiter gewijde tempel, het belangrijkstereligieuze bouwwerk van de stad, kwam op de lengteas van het plein te staan en begrensdedeze aan de noordzijde. Ten oosten van die tempel werden tegen het einde van de tweedeeeuw het macellum, de vlees- en vismarkt gebouwd, en vervolgens ook de basilica, hetbelangrijkste openbare gebouw, waar rechtzittingen werden gehouden en dat het centrum wasvan het openbare leven. Hier ontmoette men elkaar om handel te drijven en zich op dehoogte te stellen van de gebeurtenissen van de dag. Bij de Dorische tempel werd ronddezelfde tijd een andere belangrijke openbare ruimte gebouwd, met aan de zijde die naarhet centrum van de stad was gericht een monumentale ingang en propylieen (grootsaangelegde toegangsweg tot de tempel) met Ionische zuilen. De ruimte was onregelmatig,enigszins driehoekig van vorm, maar had een duidelijk geometrisch karakter dankzij dedriedubbele zuilengang, die in zuidelijke richting doorliep en bij het terras een uitzichtbood op de zee en op de Montes Latarii in de verte. Dit verhoogde gedeelte, waarop al eenpalaestra was ingericht, werd verbonden met de steile heuvelflank, waarin de bankenrijenwerden uitgehouwen voor een groot openluchttheater. Zo werd de Dorische tempel, die bovenhet theatercomplex stond en waarin men nu de godheid vereerde aan wie de voorstellingenwerden opgedragen, onderdeel van een architectonische omzetting met duidelijkehellenistische kenmerken. Het geheel werd vervolledigd met een uitgestrekte zuilengangachter het toneel, die tussen de verschillende bedrijven en voorstellingen dienst deed alsfoyer. Deze zuilengang werd in twee gedeeld door een klein, aangrenzend overdekt theatervoor de lyrische voorstellingen, waar op de klanken van de lier poëzie werd voorgedragen.Dit architectonisch project kon echter niet worden voltooid in de Samnietische tijd. Eenmoeilijke periode was aangebroken, en de Italische volkeren stonden op het punt in opstandte komen tegen Rome. Anders dan in de oorlogen die in de voorafgaande eeuwen warengevoerd, ging het de Samnieten er niet om Rome de opper macht te betwisten. Ze verlangdenniet naar onafhankelijkheid van een natie die al een groot deel van de wereld hadveroverd. Deze keer wilden ze het Romeinse burgerrecht bemachtigen, dat bijzonderaantrekkelijk was omdat er juridische en economische voordelen aan verbonden waren.

1.6 Een Romeinse kolonie

Tijdens de bondgenotenoorlog (90 tot 88 v.C.) gingen Romes Italische bondgenotenverschillende confrontaties aan met de troepen van de Romeinse generaal Sulla. Pompeď werd belegerd. Op het moment van deuitbarsting, 170 jaar later, droeg de stad nog de sporen van de dramatische gebeurtenissenuit die tijd: Oskische inscripties op straathoeken vertelden over de ter hulp geschotentroepen uit de andere steden van de confederatie, hoe ze zich over de stadsmuren moestenverdelen om de aanval van de vijand af te slaan. Maar het was allemaal tevergeefs. Romewas te sterk voor Pompeď, dat op de knieën en tot overgave werd gedwongen. Herculaneumonderging hetzelfde lot. Herculaneum werd na de verovering door de troepen van Sulla een stad, terwijl Pompeď in 80 v.C. een koloniewerd volgens het Romeinse recht. Vanaf die tijd zou Pompeď, net als de andere stedelijkecentra uit de omgeving, geheel afhankelijk zijn van de politieke, bestuurlijke,maatschappelijke en economische koers van hun nieuwe meesters. Die ontzetten de oudeOskische aristocraten uit hun hoge functies en maakten zich meester van hun grond, waaropze luxueuze villas lieten bouwen. Zo veranderde Pompeď, net als vele andere steden inCampanie, binnen de kortste keren in een vakantieoord voor rijke Romeinen. Het gezondeklimaat en de schoonheid van het landschap waren ideale voorwaarden voor de luie leventjesvan de rijke Romeinen. De uitzonderlijke vruchtbaarheid van de bodem en de minimalearbeidskosten van het door slaven verrichte werk op het land, garandeerden een hogeopbrengst en dus flinke inkomsten uit het bezit van grond en onroerend goed. De namen vande vele Romeinse aristocraten die bezittingen hadden in Pompeď zijn bekend. Uit de tijdvan de republiek is de bekendste zonder twijfel Marcus Tullius Cicero (106 tot 43 v.C.), de grote redenaar en staatsman.Veel van zijn beroemde brieven schreef hij vanuit zijn geliefde landgoed Pompeianum. Dearchitectuur van die tijd volgende natuurlijk de grillen van het nieuwe regime. Nadat deSamnietische aristocraten uit hun ambt waren ontzet, vielen hun weelderige huizen inhanden van Romeinse kolonisten, die ze verbouwden. De Jupiter-tempel werd het Capitool,het tastbare bewijs van de macht van Rome over de stad die nu een kolonie was. De vroegerethermen van Stabiae werden gerestaureerd, terwijlvlak bij het forum een nieuwe badinrichting werd gebouwd. Bij de basilica werd een nieuwetempel gebouwd, op een kunstmatig terras, opdat dit bouwwerk, net als de Dorische tempel,vanuit zee zichtbaar zou zijn. De tempel werd gewijd aan Venus, Sulla's beschermgodin, omdat de Romeinen haarassocieerden met de plaatselijke vruchtbaarheid van het land en van de natuur. De stadwerd naar haar genoemd met de naam Colonia Cornelia Veneria Pompeianorum. Men aarzeldeniet om dwars door de prachtige villa van Diomedes een nieuwe, rechte invalsweg naar denoordwestelijke poort van de stad aan te leggen. Het bouwprogramma in de theaterbuurt werdaangevuld met de bouw van een overdekte zaal, terwijl in het uiterste zuidoosten van destad een amfitheater met 20.000 zitplaatsen werd gebouwd - het oudste dat bewaard isgebleven, en waarvoor vermoedelijk in de Samnietische tijd al plannen hebben bestaan.

1.7 Het nieuwe tijdperk: Augustus

Tijdens de regering van Augustus (27 tot 14 v.C.) en het begin van de keizertijd werd de architectuur statig enpropagandistisch. Augustus had demoeilijke taak de republiek om te vormen tot een regeringsvorm die beter geschikt was vooreen wereldmacht. Hij had een grote behoefte aan steun en waardering van zijn onderdanen.Hij moest de macht, die hij beetje bij beetje had veroverd, zien te verstevigen, maar diehij alleen maar kon uitoefenen door zich een reeks rechterlijke bevoegdheden toe teeigenen die dankzij een handige juridische truc in hun oude republikeinse vorm tehandhaven waren. Om de overgang tussen republiek en keizerrijk vlekkeloos te latenverlopen, moest hij vele overeenkomsten weten te bekomen, waarbij hij steunde op destadsbesturen van het hele Italiaanse schiereiland. De nieuwe politieke lijn had met namebehoefte aan steun van de rijke hoge klasse uit het hele rijk. Pompeď is wat dit betrefteen voorbeeld, vooral omdat Augustusbij de nieuwe bestuurlijke indeling Campanie bij Latium had gevoegd, wat tot het ontstaanvan de eerste administratieve regio had geleid. Tijdens de vroege keizertijd kwamen devertegenwoordigers van de oude autochtone families, die de bestuurlijke laag van demaatschappij vormden voordat ze onder Sulla uit hetpolitieke leven waren verwijderd, weer dichter in de buurt van de hoogstemachtsinstellingen. Augustus schonkhun zijn gunst en verleende sommigen van hen de rang van ridder of concrete privileges.Hij zag toe hoe ze in het plaatselijk leven weer de bevoorrechte sociale posities van hunvoorouders innamen. Wat hij ervoor terugkreeg, was dat grote delen van de bevolking hunkeizer begonnen te vereren als een god. In die cultus speelden de Augustales, de priestersvan Augustus, een belangrijke rol.Deze priesters waren rijke vrijgelatenen, voor wie magistraatsambten door hun verleden alsslaaf onbereikbaar bleven, maar die nu eindelijk een officiële rol kregen toebedeeld diein verhouding was met hun economische macht en talenten als ondernemer. Ze ontfermden zichover de bouw van reusachtige openbare gebouwen, die ze, wanneer de schatkist daar niet toein staat was, ook zelf financierden. Hiermee maakten ze zich zeer nuttig voor depropaganda van Augustus. Toen demaatschappelijke rust in het land was hersteld, moesten het welzijn en de welvaart die denieuwe 'gouden tijd' de Romeinse wereld had gebracht ook zichtbaar worden gemaakt. Pompeďtooide zich met marmer en standbeelden: op het forum kwam als aanvulling op en naarverloop van tijd ook ter vervanging van de oude tufstenen zuilen een reeks zuilenrijen testaan die waren gemaakt van travertijn, een decoratieve, marmerachtige witte steensoort.De oude bestrating werd vervangen door travertijnen tegels, waarop in bronzen letters eenlovende inscriptie werd aangebracht. De belangrijkste gebouwen van de stad werdengerestaureerd, vergroot en verfraaid. De producenten en exporteurs van wijn lieten hetgrote theater verfraaien met een bovenste galerij met dubbele arcaden, die ze opdroegenaan Augustus. Een zekere Tullius lietop een stuk grond dat hij bezat een aan Fortuna Augusta gewijde tempel bouwen. En terbevordering van de sportieve activiteiten met paramilitair karakter, waarvan Augustus een groot voorstander was, kwamer bij het amfitheater een palaestra met in het midden een groot zwembad. De burger N.Nonius Balbus liet in Herculaneum een basilica bouwen, en hij was bovendien dehoofdondernemer over de restauratie van de ommuring aldaar. Een gigantische ondernemingwas de bouw van een nieuw aquaduct, dat water uit de bergen naar de vlootbasis in Misenumaan de Golf van Napels leidde en eindelijk ook Pompeď en Herculaneum van water voorzag -niet alleen de openbare fonteinen en badhuizen, maar ook de huizen zelf. De tuinen werdenverfraaid met waterbekkens, beelden en nissen versierd met kleurige glasmozaďeken, enzelfs met nymfaea, monumentale fonteinen, waar de bewoners en hun bezoek tijdens demiddaghitte verkoeling konden vinden in murmelend water.

1.8 De opvolgers van Augustus

De keizers die Augustus opvolgden,met in de eerste plaats Tiberius, zetten Augustus'beleid van keizerlijke propaganda voort. De architectuur is hiervan het tastbaaroverblijfsel. Eén van de kenmerkendste voorbeelden is het bouwwerk dat in opdracht van depriesteres Eumachia op het forum verrees voor de vereniging van lakenberijders,wolwerkers, wevers en wassers, maar dat in de praktijk ook dienst deed voor zeeruiteenlopende commerciële activiteiten. De indrukwekkende vestibule was versierd metbeelden met opschriften die de roem bezongen van de beroemde leden van de gens Julia, hetkeizerlijke geslacht. De triomfboog ten oosten van de Jupiter-tempel begrensde het forumaan de noordzijde. Vermoedelijk hebben in de nissen beelden van Nero en andere keizersgestaan. Een ruiterstandbeeld bekroonde het monument. De triomfboog die noordelijker aandezelfde weg staat en die een schitterend uitzicht bood op de volle lengte van de Via diMercurio, was vermoedelijk gewijd aan keizer Tiberius. Pompeď was enkele tientallen jarenlang een rustige, welvarende stad, maar in 59 n.C. brak er een conflict uit met Nuceria.Een heftige rel in het amfitheater werd toen met geweld neergeslagen door het centralegezag, dat vreesde voor een opstand. De ruzie met Nuceria ging om het grondgebied dat Neroaan Pompeď had toegewezen toen hij deze tot een Romeinse kolonie had gemaakt.

1.9 De aardschokken die aan de uitbarsting voorafgingen

De grote gebeurtenis die het leven in Pompeď letterlijk op zijn kop zette, was deaardschok van 5 februari in het jaar 62. De Pompejanen lieten zich door deze ramp echterniet uit het veld slaan. Een indrukwekkende wederopbouw, van zowel woningen als openbaregebouwen, veranderde hun stad voor jaren in een immens bouwterrein. De burgers legden eeneindeloze energie aan de dag en maakten van de gelegenheid gebruik om ook nieuwebouwwerken neer te zetten, zoals de grandioze centrale thermen,die het terrein van een heel huizenblok besloegen bij de kruising van de Via Stabiana ende Via di Nola, of de tempel van de Laren, die vermoedelijk - en met weinig effect - isgebouwd ter bezwering van het prodigium, het ongunstige voorteken dat de stad hadgetroffen. Het centrale gezag steunde de moeite die de Pompejanen deden voor dewederopbouw: in het begin Nero, die, samen met zijn uit Pompeď afkomstige vrouw Poppaea,in veel opschriften wordt bejubeld, en vervolgens keizer Vespasianus, aan wie een tempelop het forum werd gewijd. Desondanks heeft men de projecten niet kunnen voltooien. Kortvoor de uitbarsting van de Vesuvius werd de stad getroffen door nieuwe aardschokken Veleopenbare gebouwen waren nog niet in gebruik genomen en in vele huizen waren nogrestauratiewerken aan de gang. De meest recente onderzoeken hebben aangetoond dat dit feitte maken had met déze beving en dus niet met die van 62. Toen op 24 Augustus 79 de vulkaanuitbarsting eeneinde maakte aan de geschiedenis van Pompeď, was de stad nog bezig de wonden te verzorgendie de eerdere aardschokken hadden toegebracht. De Vesuvius, de machtige berg met zijnwijngaarden, die zich ogenschijnlijk beschermend boven de stad verhief, ontpopte zich alsde vurige vinger waarmee de verwoestende natuurkrachten het definitieve doodvonnis vanPompeď tekenden. Een streek, een vulkaan Aan de voet van de Vesuvius leek de ochtend vande 24ste Augustus van het jaar 79 vanonze jaartelling een ochtend als alle anderen. In deze vruchtbare, dichtbevolkte streekwoonde men in grote nederzettingen, boerderijen en pachthoeven. Het landschap werd bepaalddoor akkers, die een overvloed aan gewassen voortbrachten. Langs de kust stonden luxueuzevillas van Romeinse aristocraten. Niets wees op het naderende onheil. In Pompeď waren demannen vroeg in de ochtend aan hun dagelijkse bezigheden begonnen, en in de huizensudderde boven de gloeiende houtskool in de stookplaats al het avondeten van die dag. Inde ovens van de bakkerijen waren net de ronde, in acht segmenten verdeelde broden gaar, enop de boerderijen rondom de stad stapelde men de amfora's (kruik met 2 oren) en kruikenwaarin het geoogste graan zou worden opgeslagen. Vanuit het voorhof van de Venus-tempelwaren in de verte de schepen te zien die de lichte zomerbries benutten om met hun kostbarelading uit het gehelleniseerde Egypte de tussenhaven aan de monding van de Sarno, derivier die het dal aan de voet van de Vesuvius zo vruchtbaar en groen maakte, binnen tevaren. Het was even na het middaguur en de zomerhitte liet zich voelen. De Pompejanenstonden op het punt hun bezigheden te staken om iets te gaan eten in een van de velethermopolia, de snackbars van die tijd, alvorens ze met een bezoek aan de thermen de vermoeienissen van de ochtend van zich afzouden spoelen. Plotseling trok een hevig gegrom ieders blik naar de Vesuvius, de zovertrouwde berg die achter de zuilenrijen van het forum en de tempel van JupiterCapitolinus oprees, en sinds het ontstaan van de stad het décor vormde van het Pompejaansleven. Deze keer waren de ogen niet gericht op de talrijke wijngaarden, die bijna tot aande kraterrand doorliepen en de druiven leverden voor de zogenaamde vesuvinum. De Vesuvius,die in het huis van het Eeuwfeest was afgebeeld naast een vriendelijke Bacchus in degedaante van een grote druiventros, toonde de ongelovige inwoners van de stad zijn wareaard: hij was een vulkaan en hij stond op het punt zijn vernietigende werk te doen.

2  Een streek, een vulkaan

2.1 De woede van de Vesuvius

De Vesuvius, die zich jarenlang niet had geroerd, wierp nu met een ongekende heftigheideen enorme hoeveelheid vulkanische materie de lucht in, tot een hoogte van ruim 20kilometer en reeds snel zelfs 30 kilometer. Tegen de hemel spreidde de roetzwarte wolkzich uit. Zij nam de vorm aan van een parasolden, verduisterde alles en veranderde dag innacht. De schokken die te voelen waren deden de huizen trillen en de zee wijken. Eenmoment later zagen de verbijsterde Pompejanen en regen van lapilli (stenen die bij devulkaanuitbarsting worden uitgestoten) naar beneden komen die door de wind hun richtingwerd uitgedreven. Twaalf uur later hadden deze de daken doen instorten, waren ze de huizenbinnengedrongen, en lagen ze in een bijna drie meter dikke laag over alles heen. In denacht van de 25ste, tegen één uur, nam de druk van de vulkanische gassen plots af, enwerd de materie niet langer de lucht in gesmeten. In de zeven uren die volgden, braakte devulkaan golven gesmolten steen uit en surges, gloeiende wolken van heel fijne asdeeltjes,die met een snelheid van 200 tot 900 km per uur op de vlakte neerdaalden en plantenverkoolden en mensen overvielen met een verschrikkelijke, dodelijke omhelzing. De wolk diePompeď het ergst trof, vooral wat mensenlevens betreft, daalde tegen zes uur in deochtend neer op de stad. Na de instorting van de kraterwanden kwam boven op de laaglapilli, die de stad al bedekte, een deken van as te liggen, die uithardde tot eencompacte, 50 tot 150 centimeter dikke laag tufsteen. In de dagen die volgden, tijdens delaatste fase van de uitbarsting, werd het geheel nog een bedolven onder een circa 50centimeter dikke laag puimsteen. Een vijf meter dikke laag vulkanisch materiaal bedekte nude stad en een groot deel van het omringende gebied. Bij de instorting van de vulkanischekegel kwam er een stroom magma en gloeiende lava vrij, die door spleten in de kraterwandover de flank van de berg in de richting van het nabijgelegen Herculaneum vloeide. Dezestad werd in een oogwenk overspoeld door een rivier van modder. Het puin vormde daar eenlaag van wel 12 meter tot aan de kust zelfs 22 meter dik. De laag vloeide langzaam uit,totdat de stad bedekt was door een dikke massa die verharde tot tuf. De vulkanischematerie die hun ondergang werd, heeft deze twee verwoeste steden vervolgens zo goedgeconserveerd, dat ze tot in deze tijd intact zijn gebleven.

2.2 Beelden van de dood

De Pompejanen reageerden in hun verbijstering en ontreddering op verschillende manierenop de woedende natuurkrachten. Een aantal van hen zochten bij de eerste tekenen van deramp binnenshuis of in de kelder een plek om te schuilen voor de stortbui van stenen. Zostierven velen onder hun eigen dak dat instortte onder het gewicht van de lapilli of doorde beving van de aarde. In de huizen zijn talloze skeletten gevonden, uitgestrekt op degrond, bedolven door het puin, zoals onlangs nog in het huis van Julius Polybius. Enkelejaren geleden heeft men een bakkerij blootgelegd, waarin, in de hoek van een dervertrekken, de skeletten van de muilezels lagen die gebruikt werden om de korenmolens aante drijven. De zware balken van een vliering hadden het begeven en waren boven op deongelukkige dieren neergekomen. Ze waren uit de stal weten te onsnappen, maar niet uit dewoning, die de mensen tijdens hun overhaast vertrek - en ongetwijfeld in deveronderstelling te zullen terugkeren - hadden afgesloten. In het beroemde huis vanPaquius Proculus is het hondje gevonden waarvoor de bezoekers door een mozaďek bij devoordeur werden gewaarschuwd. Het lag opgerold onder een bed in het kamertje rechts van deingang, dat gewoonlijk gereserveerd was voor de atriensis, de huisbewaarder. Kennelijkheeft het diertje instinctief een schuilplaatsgezocht, die hem niettemin fataal isgeworden. Herculaneum is slechts in de tweede instantie door de uitbarsting getroffen,zodat de bewoners van die stad meer tijd en een grotere kans hadden om te ontkomen.Diegenen die hun toevlucht tot de zee namen, waren echter kansloos. Reusachtigevloedgolven, waarbij het water zich steeds terugtrok om zich dan met donderend geweld opde kust te storten, maakte het de schepen onmogelijk om de volle zee te bereiken. Op devroegere kuststrook heeft men een omgeslagen boot gevonden, en ook vele skeletten vanmensen die in hun wanhoop waren gevlucht onder de arcaden. Ze zaten gevangen tussen dekolkende zee en de moddermassa's die onverbiddelijk op hen af kwamen. Veel Pompejanenvluchtten de stad uit, soms met hun kostbaarste spullen of die waaraan ze het meest warengehecht. Zij waren de gelukvogels: na een urenlange tocht konden ze zich in veiligheidbrengen op de hellingen van de nabij gelegen Montes Latarii. Maar er waren er ook veel diein Pompeď bleven, waar ze in de duisternis en op de tast ronddoolden over de laag stenen,die inmiddels tot aan de daken van de huizen reikte. In de loop van die eindeloze nachtvoegden ze zich bij hen die waren teruggekeerd naar de stad, in de veronderstelling dathet einde van de lapilli-regen ook het einde van de ramp betekende. Zij hadden geen schijnvan kans: de brandende, alles verzengende wolk van giftige gassen van de surges overvielhen, sneed de adem af, verbrande de longen en doodde op slag. Op hun lichamen daaldegloeiende as neer, die hen omsloot als een soepele handschoen, en zich vormde naar hunhuid, hun kleding, hun gelaatstrekken en zelfs hun gezichtsuitdrukking. De afgekoelde engestolde as vormde al snel een compacte, stevige massa, waarin de vorm bewaard bleef vande lichamen, die het normale ontbindingsproces van organische stoffen doormaakten enwaaraan in de tuflaag al gauw niets anders meer herinnerde dan holle ruimten. Dearcheoloog Giuseppe Fiorelli ontwikkelde in de tweede helft van de 19de eeuw eenwetenschappelijke aanpak voor de opgravingen in Pompeď. Hij kwam op het idee eengipsmengsel te gieten in de holten die men aantrof. Zo kreeg men als bij toverslag deonthutste gezichten te zien van de slachtoffers van de uitbarsting, de paniek van de honddie vastzat aan zijn ketting en zich vergeefs probeerde te ontrukken aan zijn wrede lot,de lichamen van hen die probeerden te vluchten, mannen, vrouwen en kinderen, die allemaalwanhopig zochten naar een uitweg en met hun handen voor de mond werden gegrepen door dedood. In Oplontum, een voorstad van Pompeď, is recentelijk een harsafgietsel gemaakt vaneen vrouw die haar sieraden en een tasje met geldstukken, ringen en edelstenen bij zichhad. Ten zuidoosten van de stad zijn, eveneens onlangs, gipsafgietsels gemaakt van andereslachtoffers van de ramp: een man die met zijn lichaam een zwangere vrouw lijkt te willenbeschermen. Een paar jaar geleden, tijdens de opgravingen in de insula occidentalis, kwameen aangrijpend tafereel tevoorschijn: een moeder die haar armen uitstrekt om het kind aante nemen dat de vader haar probeerde aan te reiken voordat hij levenloos neerviel. Maarniets drukt de tragedie van, de ramp intenser uit dan de holten in de versteende as diezijn gevormd door de verbrijzelde lichaampjes van kleine kinderen.

2.3 Het verslag van Plinius

De schrijver Plinius de Jongere was een bijzonderegetuige van de gebeurtenissen die de totale verwoesting van één van de beroemdstestreken van Campanië tot gevolg hadden: in twee bewaard gebleven brieven aan degeschiedschrijver Tacitus gaf hij een nauwkeurig eenaangrijpend verslag van de verschijnselen die met de uitbarsting gepaard gingen en eropvolgden. Plinius was in Misenum, bij zijn oom Pliniusde oudere, die daar commandant was van de basis van de pretoriaanse vloot op de TyrrheenseZee. Hij beschreef in detail de verschillende fasen van de uitbarsting, de paniek bij debewoners, die wanhopig probeerden te ontkomen aan de verschrikking, en de dood van zijnoom, die meteen scheep was gegaan om met de nieuwsgierigheid van een wetenschapsman hetverschijnsel van dichtbij te gaan bekijken, maar al snel de ernst van de situatie hadgezien en had besloten degenen die in de zee hun enige redmiddel zagen ter hulp teschieten. Zijn pogingen waren echter vruchteloos: door de huizenhoge vloedgolven lukte hethem niet aan te meren bij Herculaneum. Hij week uit naar Stabiae, waar hij binnen dekortste keren stierf door de gassen en dampen die de Vesuvius uitstootte. Toen de blindewoede van de natuur was weggeëbd, was een streek die in de oudheid bekend stond om zijnmilde klimaat, afwisselend landschap, vruchtbare akkers en de grote activiteit van zijnbewoners, onherkenbaar veranderd. Hele steden waren verzwolgen, wegen waren verdwenen,velden waren onvruchtbaar geworden: degenen die aan de catastrofe waren ontsnapt, zageneen volstrekt desolaat gebied terug. Conclusie Van hun vage oorsprong rond het eerstemillennium voor Christus, tot hun plotse ondergang in 79 na Christus, kenden Pompeď enHerculaneum een tamelijk bezadigd bestaan, terwijl de rest van de wereld roerigeveranderingen doormaakte. Hun idyllische op de flanken van de Vesuvius, aan deschitterende Golf van Napels, stond garant voor een aangenaam bestaan en trok heel watberoemde bezoekers en tijdelijke bewoners aan. Al die tijd brachten deze tweegemeenschappen zelf geen grote figuren voort, vonden er geen grote veldslagen plaats, enwerd er geen grote rijkdom geproduceerd. Maar de wijze waarop ze aan hun eind kwamen en dewonderlijke manier waarop ze bewaard zijn gebleven, zouden Pompeď en Herculaneum tot debekendste steden van de Oudheid maken. De legende wil dat Herculaneum is gesticht doorHercules, waaraan de stad ook zijn naam dankte. Wetenschappers houden het op een meerwereldlijke oorsprong; beide nederzettingen werden gesticht door de Osken, een inheemsestam. ( De naam van Pompeď is namelijk misschien afgeleid van het Oskische woord voor'vijf'.) De Etrusken stichtten het naburige Capua voor600 voor Christus, en al spoedig zou het in de Golf van Napels gelegen eiland Ischiaworden gekoloniseerd door de Grieken. Deze twee volken en de Samnieten, een strijdlustigestam uit het binnenland, zouden elkaar verscheidene eeuwen de macht betwisten. In detussentijd ontstond in het noorden de stad Rome.
 

top


Carpe translationem

Massilia ] [ Pompeď ] Rome (Ontstaan) ] Troje ] Xanten ]

© 2005, 2006 www.klassiekevertalingen.nl

Plůk een vertaling