Romulus en Remus

 

Up ]

down 

De Grieken hadden Troje ingenomen en verwoest.De stad van koning Priamos brandde als een fakkel. Er bleef voor de Trojanen niet veelkeuze over: hals over kop wegvluchten, of in de handen van de plunderende Grieken vallenen slaaf worden.
Een van de Trojanen was de held Aeneas, een zoon van de godin Venus. In een visioen kreeghij van zijn moeder deze boodschap : "Treur niet, zoon. Het is de wil van de godendat Troje verwoest wordt. Breng uw geliefden inveiligheid, ik zal u helpen."
Aeneas redde zijn vader uit het brandende paleis van koning Priamos. Hij tilde de oude manop zijn rug, gaf zijn zoontje een hand en strompelde uit het brandende Troje weg.
In een kleine havenstad groepeerden de Trojaanse vluchtelingen zich. Ze riepen Aeneas tothun leider uit en bouwden , schepen. Na een lange, moeilijke tocht vol gevaren enontberingen bereikten de zwervers de streek Latium in Italië. Ze voeren de rivier Tiberop. Daar stichtte Aeneas de stad Lavinium.
Lavinium werd snel rijk en machtig. De bevolking nam toe. Weldra was de stad te klein, Inde buurt werd daarom een nieuwe nederzetting gesticht, Alba Longa Twee kleinzonen van dekoning van Alba Longa, de tweeling Romulus en Remus, besloten op hun beurt uit te zwermen.Ze waren niet in de drukte van een stad grootgebracht maar in de vrije natuur, alspleegkinderen van een herder. Daarom besloten ze met grote zorg de plek voor hun nieuwestad uit te kiezen. Op de oevers van de Tiber, niet ver van Alba Longa, ontdekten ze eenschitterend plekje. De rivier maakte er een mooie bocht en er waren zeven heuvels enuitgestrekte weiden voor het vee. In de Tiber lag een eilandje en de rivier was erdoorwaadbaar. Ja, het zag er een ideale plaats uit voor een nieuwe stad.
Het gebruik wilde dat er eerst aan de goden werd. geofferd. Dat gebeurde. Helt kwam ookaan de goden toe om te beslissen wie van de twee broers de koning van de nieuwe stad zouzijn en wie er zijn naam aan mocht geven. -ik kies deze heuvel, zei Romulus. Met zijnvolgelingen bezette hij de heuvel die Palatijn heette, trok ziin zwaard en tekende eencirkel op de grond. Ik kies de heuvel Aventijn, zei Remus. Hij deed hetzelfde op eentweede heuvel. Nu was het wachten op een teken van de goden.
Ineens juichten de mannen op de Aventijn. Ze hadden een teken van de goden gekregen : zesgieren waren neergestreken in de kring die Remus getekend had. Iedereen wist dat gierenboodschappers van de goden waren. Dus eisten ze luidruchtig het koningschap voor hunleider Remus op.
Maar ook op de Palatijn klonken even later triomfantelijke kreten. Daar waren twaalfgieren in de kring van Romulus neergestreken.
De twee broers raakten het maar niet eens. Wie had nu gelijk : Remus die als eerste eenteken gekregen had, of Romulus die van de goden het dubbele aantal gieren ontvangen had?
Het ene woord bracht het andere mee. Geen van de beide groepen volgelingen wilde éénmillimeter toegeven. Op de duur raakten ze slaags. Er werd een flink robbertje gevochtenen ook Romulus en Remus mengden zich in de vechtpartij. Toen de gemoederen bedaard warenen men de gewonden begon te verzorgen, kwam een afschuwelijke waarheid aan het licht. Hetgevecht had één dode geëist: Remus...
Niet een gesprek, niet een teken van de goden, maar een broedermoord had beslist over hetkoningsschap van de nieuwe stad. Ze werd daarom naar de naam van Romulus genoemd: Rome...

 
top

Carpe translationem

Daedalus en Icarus ] Oedipus Rex ] [ Romulus en Remus ]

© 2005, 2006 www.klassiekevertalingen.nl

Plùk een vertaling