Uitleg bij DBG

Praefatio op de DBG: grammatica & cultuur
Zeer korte praefatio, inleiding,die gaat over een lang werk, over een veel te lange oorlog
Een te groot aandeel van de inleiding wordt besteed aan de Belgen.(Caesar had veel problemen met hen)
De Gallirs zijn niet hun volk, Caesar maakt gebruik van hun onwetendheid, hij speelt er op in: manipulatie.

DEEL I: Verdeling in 3 delen

-OMNIS= predikaat
Subst +adj: attribuut(bijvoeglijke bepaling): -hoort bij iemand/iets (subst)
-bijkomstigheid, nader verklarend, kenmerken gevend

EENLIJNIG(gaat enkel over het object) predikaat(bepaling van gesteldheid): -zegt iets meer over de handeling(ww) -zegt iets meer over het object(subst)

DUBBELGEBONDEN(zie congruentie)
-Belgae: nom mv
Quarum: gen v mv
nostra: abl v enk: abl van beperking
lingua: abl v enk: abl van beperking
Celtae, -arum, m
-quarum unam
[ partem] incolunt Belgae
aliam [ partem] [ incolunt] Aquitani

tertiam [ partem] [ incolunt] [ ii] qui ipsorum lingua Celtae , nostra [ lingua] Galli appellantur
ELLIPTISCH: ellips= stijlfiguur, waarbij iets verzwegen wordt, om kort en bondig te zijn
-lingua, institutis, legibus: abl v enk: abl van beperking
lingua,institutis,legibus: asyndeton
-institutis: (staats)instellingen cf. Senaat & Volksvertegenwoordiging ( controleren elkaar= democratie)
  Caesar begrijpt de Gallirs niet, hij probeert iets uit te leggen vanuit een Romeinse bril (cf. het Belgisch  probleem met Mobutu(stamhoofd)

DEEL II: grenzen vallen samen met rivieren
ab Aquitani: ab= verwijdering
a Belgis: a:=verwijdering
Garunna flumen (streek werd vaak naar rivier genoemd of naar inwoners)
Garunna flumen en Matrona et Sequana: onderwerp van dividit

DEEL III:
-De Belgen zijn de dappersten/sterksten omdat 1. verst van de Romeinen
1.  Kritiek op de romeinen
2. geen verwijfde handelaars
3. dichtst bij Germanen (vechten veel)

Al deze redenen zijn drogredenen, valse redenen, om te verklaren waarom hij zoveel problemen heeft gehad met de Gallirs. Het is een voorbereiding op de nederlagen die hij heeft geleden

Propter ea: een benadrukking, moest er eigenlijk niet staan.
Propterea quod: 1.absunt longissime a cultu atque humanitate Provinciae
cultu : abl m enk van verwijdering
humanitate: abl v enk van verwijdering
Provinciae: gen v enk: bezitsgenitief
cultu atque humanitate: Hen-dia-dys let: 1 door 2

Hendiadys: een gedachte uitdrukken met 2 woorden.
1. Het wil de boodschap benadrukken, bvb Zwijg en houd je mond!
2. De tweede term verklaart de eerste term nader, bvb "Is dit society of samenleving?"
3. Je nuanceert, je gebruikt een onduidelijke term die je nader nuanceert (ic.)
4.combineren als een adjectief

In dit geval wil Caesar cultus,-us,m (manier van leven, levensstijl) nader verklaren hij wil zeggen dat hij het heeft over de verfijndheid, de janetterigheid (humanitas,humanitatis,v) van de Romeinen.(geval3)
- steek onder water naar de Romeinen toe.

DBG: werk over oorlog: wordt gelezen door mannen: soldaten,militairen:
1. Ze kunnen stemmen voor hem
2.Caesar heeft problemen met Belgen, want de Belgen zijn echte mannen, geen verwijfde mannen uit de Provence, De Provincia Narbonensis.

De Romeinse handelaars waren er al vroeg aanwezig en kwamen goed overeen met de Gallische handelaars. Ze waren rijk, maar verwijfd: ze kleurden hun haar, schoren hun baard en schminkten hun. Dit staat in fel contrast met de soldaten die in de stront en modder in een legerkamp zitten. Caesar weet dit en hij speelt met deze hendiadys dus in op hun gevoelens

Caesar scheerde zich ook, en het verhaal ging de ronde dat hij had gezworen zijn baard te laten groeien totdat hij Ambiorix had gevonden

 

propterea quod: 2.minimeque saepe -mercatores commeant ad eos atque
-ea, quae ad effeminandos animos pertinent, important.
commeare: omgaan met, contact hebben met
anima: ziel: zetel van gevoelens
animum: karakter: stempel
animus: levensadem: levensstijl
pertinent: strekken tot, aanleiding geven tot +ad
animos: acc m mv want na ad
effeminandos: predikaat : participium conjunctum

propterea quod: 3.proximique sunt Germanis, qui trans Rhenum incolunt
quibuscum continenter bellum gerunt

proximus +dat
Germanis: na proximique
Rhenum: acc: trans +acc
coninenter: bijwoord afgeleid van continere (volhouden)
quibuscum: relativum+cum
inversie

DEEL IV: De Helvetii

virtute: de dingen die een man moet kunnen
-  de context bepaald dat begrippen een andere betekenis krijgen.
leger: deugd, dapperheid, moed
kerk: deugd
- Hier heb je eigenlijk een dubbele betekenis
Qua de causa= et de ea causa: pseudorelativum: daarom
causa: na de +abl
praecedere: voorafgaan
contendere: wedijveren
virtute: abl v enk: abl. van beperking / abl v oorzaak (schrappen wat niet past)
fere= bijna
cotidianis: adjectief, geen bijwoord
Germanis: abl m enk na cum +abl
proeliis: abl. v. wijze
quod fere cotidianis proeliis cum germanis contendunt: verklarende bijzin bij qua
GEVECHT: -pugna: vuistgevecht, schermutseling, man tegen man, straatgevecht
-proelium: un mle, verwarring, mengelmoes, veldslag, expeditie, georganiseerd onderdeel v.e. oorlog
-bellum: geheel van veldslagen
-certamen: wedstrijd
aut… aut: ofwel … ofwel
prohibere: verbieden
suis: bijgesteld adjectief bij finibus
finibus: abl m mv, van verwijdering
ipsi: verwijzend voornaamwoord, teruggaand op Helvetii
eorum: verwijst naar Germanis (het is niet reflexief)


Carpe translationem

2005 www.klassiekevertalingen.nl

Plk een vertaling