Toneel in Rome

 

Up ]

down

 

Op het gebied van theater en toneelliteratuur hebben de Romeinen, in vergelijking metde Grieken, weinig betekenisvolle vernieuwing gebracht. Echt oorspronkelijke stukkenhebben ze niet gecreëerd, maar hebben zich zeer sterk laten inspireren en beïnvloedendoor het rijke Griekse theater.

Nochtans kende Rome ook al voor het contact met de Griekse beschaving al eigen vormenvan theater:

FABULA ATELLANA

Het gaat hier om een soort toneel dat eigenlijk veel meer Italisch dan Grieks is; denaam verraadt al de oorsprong, nl. ATELLA een Oscisch stadje in Campania. Het betreft eendrama dat oorspronkelijk in het oscisch dialect werd opgevoerd, maar in Rome zoveel bijvalkende, dat er ook weldra Romeinen (in het Latijn mee gingen optreden.
Zonder van een echt toneelstuk te kunnen spreken, hebben we hier veeleer te maken met eenkluchtig spel van boerse humor, dat geen vaste plot kende, maar vooral veelimprovisatieruimte bood. De spelers die het stuk schraagden, zijn altijd weerkerendearchetypes, onder meer de MACCUS, een vraatzuchtige, losbandige, vaak gebochelde dwaas ende PAPPAS, een oude gierigaard, kaalhoofdig maar met een lange baard en een geweldigebuik.

Zo weinig succesvol als de Griekse toneelkunst in die vroege Romeinse samenleving was,zo erg werd de FABULA ATELLANA gewaardeerd, precies omdat ze in Romeinse ogen iets"van eigen bodem" was. Het gold overigens als vernederend voor een Romein om opte treden in een Grieks drama, maar deelname aan de kluchtige ATELLANA kon zonder meerwél.

Erg betekenisvol is tenslotte dat de ATELLANA als letterkundig genre de verfijndereGriekse komedie duidelijk heeft overleefd, zeer waarschijnlijk omdat ze zo goed met deRomeinse volksaard strookte.

MIMUS

De andere theatervorm die als autochtoon Italisch kan worden beschouwd, is de MIMUS,een spel van gebaren en dans, dat evenals de ATELLANA meestal een naturalistischeuitbeelding van alledaagse, liefst vulgaire, scènes is.

In oorsprong is de MIMUS een "one-man-show", die echter weldra uitbreidde totmeerdere spelers en een meer gecompliceerde voorstelling. Eigenlijk betreft het zelfs geenecht toneel, wij zouden het eerder cabaret noemen, ja, er zijn zelfs duidelijkeverschillen waar te nemen : zo wordt er bijvoorbeeld gespeeld zonder maskers, en devrouwenrollen worden steeds door vrouwen gespeeld (wat de losbandigheid van sommige mimenalleen maar in de hand kon werken !).

Ook de MIMUS weet zich in Rome een vaste en gewaardeerde plaats te verwerven in hetculturele leven, en wordt sinds 173 v.C. zelfs een officieel onderdeel van de Floralia,een uitbundig en vrolijk feest ter ere van de godin Flora. Tekenend voor de sfeer van hetspel is ook dat de speelsters bij die gelegenheid naakt optraden.

Beide genoemde toneelvormen zijn sinds de eerste eeuw v.C.,op een meer literair niveaugeheven, en we kennen namen van dichters die MIMEN en ATELLANEN hebben ontworpen. Beidevormen worden ook gebruikt als sluitstuk voor de dagen waarop officiëletoneeluitvoeringen plaatsgrepen, waarbij de MIMUS zelfs, gekenmerkt door een toenemendegrofheid' de ATELLANA in populariteit gaat overwinnen, en dan ook het langst als speelstukzal gehandhaafd blijven.

De echt literaire dramatiek is echter niet of nauwelijks door de hoger besproken genresbeïnvloed; in tegenstelling tot die zuiver inheemse kluchtspelen, werden de tragedie enkomedie in de tweede helft van de 3de eeuw v.C. als reeds gerijpte,genres vanuitGriekenland in Rome ingevoerd. De Romein heeft met die Griekse trekken ook nooit problemengehad, integendeel, zij werden zelfs geaccentueerd. Dit gaf de aanleiding tot het opkomenvan

FABULA PALLIATA

zo genoemd naar het "pallium", die Griekse mantel die in de komedie op hettoneel werd gedragen.

Tegenover deze, sterk Grieks gekleurde, stukken waren er dan de

FABULA TOGATA

Zo genoemd naar de typisch Romeinse toga, omdat in deze stukken zuivere of tochquasi-zuivere Romeinse themata, zowel komische als tragische, werden behandeld, en ook de

FABULA PRAETEXTA / PRAETEXTATA

Naar de zeer deftige toga praetexta, met de purperen zoom, die alleen door senatoren enmagistraten mocht gedragen worden. In dit soort toneelspelen werden voornamelijknationaal-historische onderwerpen behandeld.

Toneelopvoeringen werden in Rome, net zoals in Griekenland, van overheidsvfgegeorganiseerd tijdens grote (vaak religieuze) feesten. De meest in het oM springende zijnde LUDI ROMANI, sinds september 240 v.C.-, de LUDI PLEBEII, jaarlijks in november, de LUDIAPOLLINARES, sinds juli 213 v.C. en de LUDI MEGALENSES; sinds april 194 v.C. Het groteverschil met de Griekse drama-festivals is dat in Rome niet drie stukken (trilogie), maarslechts één werd opgevoerd, eventueel uitgebreid met een EXODIUM in de vorm van eenMIMUS of ATELLANA.

Het toneel, de scène, was lang en diep, waardoor het vaak voorkomende "terzijdespreken" of het naast elkaar optreden van verschilllende groepen meer geloofwaardigoverkomt.

Er werd ook niet voor ieder stuk een nieuw decor ontworpen, maar men speelde intraditionele, vaste decors, die enkel bepaald werden door het genre: voor de komedie tweehuizen met daartussen een straatje, voor de tragedie de voorgevel van een paleis of eentempel. De linkerzijde van het toneel leidde altijd zogenaamd naar de haven of naar buitende stad, de refrcterkant naar het forum of in de stad. Voor het toneel bevond zich eenhalfronde vloer (in het Griekse theatergebouw is die vloer cirkelvormig en een onderdeelvan de scène, omdat hij bespeeld wordt door het koor), waar sinds 194 v.C. devoorbehouden plaatsen der senatoren waren gesitueerd. Vanaf die ORCHESTRA liepen dezitbanken in halve ronden op naar boven.

In Griekenland was om die reden een theater altijd tegen een bergwand aangebouwdterwijl de Romeinen er niet voor terugdeinsden om in een vlakte een theater neer teplanetn en, met gewelf- en boogconstructies, zelf de helling van zitplaatsen te creëren.

Pas sinds de invoering van het Griekse theater is er in Rome zoiets als het beroep vantoneelspeler (HISTRIO) ontstaan. Aanvankelijk was dit een uitsluitend mannelijk beroep,zodat zelfs de vrouwenrollen door mannen moesten worden vertolkt. Pas later werden ookvrouwelijke HISTRIONES toegelaten.

De spelersgroep stond onder leiding van een directeur, die ook meestal de hoofdrollenvoor zijn rekening nam, en waren meestal vrijgelatenen of slaven, terwijl de directeur deenige vrije was van geboorte. Dit heeft voor gevolg dat spelers in de regel van een laagniveau waren en weinig echte waardering genoten. Daarom ook kan een vrijgeboren Romein hetzich simpelweg niet veroorloven om op het toneel op te treden (behalve dan in MIMUS enATELLANA, cf. supra).

Omdat de afstand van de spelers tot hun publiek vaak vrij aanzienlijk was, kenmerkt hettoneel zich in de ganse oudheid door een uitgesproken opvallende kleding en kostumering. Ookhier is er weer een wezenlijk onderscheid tussen komedie en tragedie. In het eerste genredragen de spelers allen lage, open schoenen : de SOCCUS, terwijl het tragedieschoeisel eenlange, gesloten laars was, de COTHURNUS. Dit verschil was zo significant, dat gaandeweg degenres werden aangeduid door middel van deze namen van het typische schoeisel.

Maskers werden van in den beginne bij de ATELLANA gebruikt; of dat ook zo is voor detragedies en komedies is evenwel niet bewezen. Er wordt aangenomen dat pas ná de tijd vanPlautus en Terentius maskers algemeen werden, terwijlde spelers zich daarvoor wél al bedienden van pruiken.

Deze stelling lijkt ons niet onwaarschijnlijk, aangezien de theatersaanvankelijk relatief kleine constructies waren (veelal waren het gewoon houten podia, dievoor en na elk toneelfestival werden opgetrokken en weer afgebroken), waar de gezichtenvan de acteurs ook nog door de achterste rijen toeschouwers gezien konden worden. Bij degroei van het theatergebouw echter groeide ook de noodzaak om de personages herkenbaar tehouden, zelfs op grotere afstanden.

Eén blik op de diverse maskers (de tragische zowel als de komische) maakt meteenduidelijk dat dergelijke ornamenten dadelijk het personage typeerden en voor iedereenherkenbaar maakten. De grote mondopening diende daarenboven nog een ander doel buiten hetaccentueren van een bepaalde karaktertrek : het fungeerde namelijk als een soort megafoon,een luidspreker, die de klank van de menselijk stem extra kon versterken.

Naast de maskers en de pruiken werd het type van elk personage ook nog beklemtoond doorde soort en de kleur van de kledij die hij droeg: wit voor grijsaards, helle kleuren voorjongelui, saffraan voor courtisanes, een rossige pruik voor slaven en een bonte mantelvoor de koppelaar.

Met dank aan de heer Chris van de Weerd voor deze bijdrage! Kijk ook eens op zijn website, Magistro Ivvante Vinces
 

top


Carpe translationem

Ara Pacis ] Cursus Honorum ] Datering ] Forum Romanum ] Griezelen ] Huwelijk ] Het Romeinse leger ] Het Griekse leger ] Leiders van Rome ] Naamgeving ] Politieke organisatie ] Spreekwoorden ] Thermen ] Tijd ] Tijdlijn ] [ Toneel in Rome ] Triomfbogen ]

© 2005, 2006 www.klassiekevertalingen.nl

Plùk een vertaling