Thermen

 

Up ]

down

 

Inhoud

- Inleiding

- Caput I I.1.: Hygiëne bij deRomeinen

I.2.: Hoe/Waaruit zijnthermen ontstaan?

I.3.: Wat waren de thermen?

- Caput IIII.1: De algemene indeling van een thermengebouw

II.1.1.: De baden

II.1.2.:De recreatieruimten

II.2. Hoe werden dethermen verwarmd?

- Caput III III.1.: Een bezoekaan de thermen

III.1.1.:Een bezoek aan de Stabiaanse thermen.

III.1.2.:Hoe wasten de Romeinen zich in de thermen?

III.1.3.: De openingsuren

III.1.4.: Waren de termengemengd?

III.1.5.: De prijs

III.1.6.: Lawaai

III.2.: Wat dedende Romeinen er buiten baden?

III.2.1.: Kuren

III.2.2.: Sport en spel

- Caput IV: De thermen van Rome

IV.1.: De thermen vanAgrippa

IV.2.: De thermen van Nero

IV.3.: De thermen vanTraianus

IV.4.: De thermen vanCaracalla

IV.4.:De Thermen van Diocletianus 305-306 n.C.

IV.5.:Samenvatting van de thermen van Agrippa tot de thermen van Caracalla

- Caput V: De thermen van Pompeï

V.1.: Stabiaanse thermen

V.2.: De thermen van hetforum

V.3.: De centrale thermen

- Caput VI: Thermen in deprovincies

VI.1.: Algemeen

VI.2.: De Thermenin het Engelse Bath

VI.2.1.: Hoe zijn debaden in Bath ontstaan?

VI.2.2.: De indeling van debaden

VI.3.:De keizerlijke thermen

- Overzicht van de Latijnse woorden

- Bibliografie

 

Inleiding

Een vraag die u zich zeker zal stellen is hoogstwaarschijnlijk:

Waarom hebben zij voor de thermen gekozen als onderwerp voor hun jaarwerk (ditwerk was een jaarwerk van hen, 141 m&m's) ?

Dit was natuurlijk in de eerste plaats een onderwerp dat ons beide interesseerde omdathet zeer afwisselend is en omdat er heel wat over te vertellen is. Het werk is dan ookuiteraard verre van volledig, maar dat was ook niet de bedoeling: ik heb nooit de ordersontvangen om een zo volledig mogelijk werk te maken.

In de tweede plaats hebben we ervoor gekozen omdat het een zeer belangrijk aspect isvan de Romeinse beschaving. De publieke baden waren één van de grootste geschenken diede keizers aan het Romeinse volk gaven. Alle klassen van de bevolking amuseerden zich erdagelijks om weg te zijn uit hun vuile, donkere appartementjes; als ontspanning na een'harde' werkdag op het forum; om onder vrienden te komen en zelfs voor belangrijkepolitieke onderhandelingen. Door het bouwen lieten de keizers ook hun enorme macht enweelde zien. De thermen vormden dan ook een belangrijk onderdeel van de Romeinsearchitectuur en waren zelfs bepalend voor de architectuur in latere periodes. BernardAndreae durft het zelfs nog straffer uit te drukken in zijn boek 'L'art de l'ancienneRome':

"De badinrichtingen worden terecht beschouwd als de mooiste prestaties van deRomeinse architectuur en liggen ten grondslag aan talloze kolossale bouwprojecten van denegentiende eeuw, maar zij zijn nooit geëvenaard..."

De thermen zorgden dus kortom voor ontspanning voor de inwoners en verspreidden deRomeinse cultuur over heel het wereldrijk.

Caput I



I.1.: Hygiëne bij de Romeinen

Voor het ontstaan van de badhuizen gaven de Romeinen hun lichaam slechts één keer perweek een grondige wasbeurt. Op de andere dagen wasten ze alleen gezicht, armen en benen,omdat deze lichaamsdelen snel vuil werden.

Er was in de huizen geen aparte badkamer. Er was vaak alleen een klein, donker vertreknaast de keuken om warm water binnen bereik te hebben. Een half in de bodem ingegraven vatdiende als badkuip. Dit vertrek, waarin vaak ook de bak voor de lichamelijke behoeftenstond, heette lavatrina; daarvan bleef, toen men bad en privaat scheidde, deaanduiding latrina over.

De inrichting van een badkamer in een huis hing er natuurlijk van af of er voldoenderuimte aanwezig was en of men op een degelijke watervoorziening kon rekenen. De oudsteaquaducten liepen onder de straat door, en alleen de laagliggende badinrichtingen in denabijheid van de voornaamste leidingen konden van water voorzien worden. De bewoners vande bovenste verdiepingen in insulae en van huizen in de hoger gelegen delen vande stad waren gedwongen water te halen uit de publieke fonteinen, die niet volledig in debehoefte voorzagen. Pas bij de bouw van de 'hoge' aquaducten, kon men de huizen op deheuvels van een grotere hoeveelheid water voorzien.

Seneca die het huis van Scipio Africanus(de overwinnaar van Hannibal) heeft bezocht, beschreef zijn badkamer als nauw, kaal endonker; het licht drong niet binnen door ramen, maar door spleten en niet eens een slaafzou zich in Seneca's tijd daarin hebben willen wassen.

I.2.: Hoe/Waaruit zijn thermenontstaan?

Naar het voorbeeld van de Grieken begonnen de Romeinen sedert het midden van de derdeeeuw een badkamer in te richten in hun huis. Dit was wel een luxe die alleen de rijkenzich konden veroorloven. In die tijd werden er nog geen openbare badinrichtingen gebouwdomdat er zeer strenge zeden waren. Maar na een tijd begon men meer te voelen voor reinheiddan voor die strenge zeden, zodat in de tweede eeuw voor Christus in Rome eindelijk deeerste openbare badinrichtingen ontstonden. De eerste publieke baden werden doorparticulieren uit eigen middelen gebouwd. Ze werden op het gelijkvloers van de huurhuizen(tabernae) ingericht en bestonden uit slechts weinige vertrekken met eenprimitieve inrichting. Ze waren vaak verbonden met kroegen en verdachte lokaliteiten.Rijke bezitters van zulke balneae gaven aan hun cliënten vaak gratisentreekaarten. Agrippa bouwde in 33v.C. de eerste openbare, door de staat uitgebatebadhuizen in Rome, die vanaf dan pas thermae, thermen, genoemd werden. Het zijnvooral die thermae die in de volgende Capita zullen behandeld worden.

I.3.: Wat waren de thermen?

Tussen de Romeinse badhuizen en de openbare zwembaden van nu zijn er enkele groteverschillen. De Romeinen gingen niet alleen naar de thermen om zich te reinigen en tebaden, maar ook om vrienden te ontmoeten, te trainen, te gokken,... Een badhuis was duseigenlijk een plek om je eens goed te ontspannen en je gezondheid te bevorderen. Zelfs dearmsten van de Romeinen brachten hier hun vrije middagen door.

Het badhuis was een uitgebreid gebouw met zeer veel soorten baden: er waren zweetbaden,warme en koude baden, zwembassins en kuipbaden. Naast de baden bevonden zich binnen demuren van de thermen ook nog tuinen, wandelplaatsen, stadia, vertrekken om uit te rusten,gymnastiekzalen, massage-salons en zelfs bibliotheken en musea.

Met hun baden, bibliotheken, worstelscholen, tuinen en wandelhallen vormden dethermen een veelzijdige inrichting, die de Romein niet meer wilde missen. Ze werden doorgeweldige aquaducten, die het water van ver gelegen bronnen naar alle delen van de stadleidden, van water voorzien. (reconstructie)

Caput II

II.1.: De algemene indelingvan een thermengebouw

II.1.1.: De baden

Zoals eerder gezegd bestonden de baden uit verschillende delen.

De apodyteria (kleedkamers) bevonden zich natuurlijk vlak bij de ingangen. Dankwam het tepidarium (lauwwaterbad). Dit bad was bedoeld om het lichaam te latenwennen aan de warmte en had een groot gewelf. Het tepidarium lag tussen het frigidarium(koudwaterbad) en het caldarium (warmwaterbad). Het tepidarium werdslechts aangewarmd en was bedoeld om te wennen aan de warmte of af te koelen voordat menvan het caldarium zich in het frigidarium begaf. Het frigidariumwas afhankelijk van de ligging en het klimaat, open of gesloten. Het bevatte hetzwembassin en lag meestal aan de noordzijde. Het caldarium (warmwaterbad) lagnormaal gezien aan de zuidzijde en werd meestal voorafgegaan door enkele andere vertrekken(sudatoria, laconica). De hoge temperatuur erin veroorzaakte transpiratie. Ditvalt te vergelijken met een Turks bad. Het caldarium was een rotonde. Dit badwerd verwarmd door stoom, die in de suspensurae circuleerde. De suspensurae warenkleine 'gangen' die vernuftig in de vloer ingebouwd waren. Een andere reden voor de hittein het caldarium was de Italiaanse zon, die dit bad 's middags hielp verwarmen.Rond het caldarium bouwde men kleine kamertjes waar je individueel kon baden.Soms bevond er zich in de thermen ook nog het destrictarium, waar men zich metwater kon besprenkelen.

II.1.2.:De recreatieruimten

De baden werden omgeven door palaestrae (worstelplaatsen). De palaestrae kwamenuit op de scholae. De naakte baders konden zich in de scholaebezighouden met lichaamsoefeningen. Wanneer men het te warm kreeg en dus naar verkoelingzocht kon men steeds naar het plein gaan. Hier was er veel schaduw te vinden en er warenook fonteinen. Het plein werd ook gebruikt als speelveld. Dit geheel werd op zijn beurtomgeven door de xystus, een overdekte wandelgang. Achter de xystus lagende expositieruimten, de bibliotheken en de salons. Hier waren de originele bedoelingen vande thermen te vinden: hier werd de lichaamscultuur, gekoppeld aan intellectuelenieuwsgierigheid, grondig geromaniseerd. De vooroordelen over de soorten vansportbeoefening die uit Griekenland kwamen, werd hier overwonnen.

II.2.: Hoe werden de thermen verwarmd?

De eerste openbare badhuizen werden verwarmd met behulp van vuurpotten. Het warmebadwater werd verhit in bronzen kookketels die buiten het gebouw stonden. Ongeveer honderdjaar voor onze jaartelling voerde men een verwarmingssysteem in met haarden en hypocausta.De hete lucht van hout- en houtskoolvuren circuleerde onder de vloer van de vertrekken dieop funderingspalen stonden en trok via buizen omhoog in de muren.

Een hypocaustum bestond uit een haard (praefurnium), een boogvormigeruimte met een opening voor het aansteken van het vuur, die lager gelegen was dan deandere kamers. Vanuit dit vertrek werd de warme lucht door een buizenstelsel in debovenliggende kamer gebracht. De vuurkamer was voorzien van een aantal kleine pilarenwaarop een vloer rustte van metselwerk en baksteen, de suspensura. De warme luchtcirculeerde ook tussen de muur en een tussenwand van baksteen die een paar centimeter naarvoren was geplaatst. Ook werd de warmte wel via een buizenstelsel in een andere richtinggevoerd.

Omdat het systeem zo goed werkte, kon men in sommige kamers de temperatuur op 60°Ckrijgen. De houten sandalen waren dan ook geen overbodige luxe wanneer men over de hetevloeren van de badhuizen wilde lopen.

Caput III

III.1.: Een bezoek aan de thermen

III.1.1.: Eenbezoek aan de Stabiaanse thermen in Pompeï

Een bad in de Stabiaanse thermen verliep als volgt: men betrad eerst een sterk verhitvertrek, waarin men een zweetbad nam, opdat het lichaam de schadelijke stoffen konafscheiden; dan droogde men zich af en stapte in een heet bad, eveneens om de transpiratiete bevorderen. Dan ging men naar het tepidarium, waar men in de lauwwarmetemperatuur wat heen en weer liep. Daarna sprong men in koud water, om de bloedcirculatiete bevorderen. Tenslotte gaven massage en het inwrijven van het lichaam met oliën enparfums het lichaam nieuwe kracht en maakten de spieren soepel. Na het bad begaven debaders zich weer naar de palaestra, waar ze hun lichaam met gymnastiek,hardlopen, balspelen, worstelen enz. verder oefenden.

III.1.2.: Hoe wasten deRomeinen zich in de thermen

Eerst begon men met het lichaam in te zalven. De baders begonnen daarna hun lichaamschoon te maken, dat met zweet en stof was overdekt. Ze gebruikten hiervoor een kleineborstel of strigille. Dit was een sikkelvormig instrument van ijzer of van bronsmet een holle binnenkant. Er bestond in die tijd wel een soort zeep (sapo, eenmengsel van geitenvet en as van beukenhout), maar die werd slechts gebruikt voor debehandeling van zweren en om het haar in een roodachtige tint te verven. Vervolgensbewerkte een masseur elke spier van het lichaam met handen die in geurende olie warengedoopt. Na deze behandeling waar men zich totaal ontspannen aan overgaf sprongen demoedigen in een koud zwembad, terwijl de anderen zich tevreden stelden met het koude waterin een badkuip.

III.1.3.: De openingsuren

Door het lezen van oude documenten is men te weten gekomen dat de thermen normaalgezien bij zonsondergang gesloten werden, maar vooral in de kleinere provinciesteden warenze ook wel in de avonduren geopend. Het bewijs hiervan is dat men in de Forumbaden van Pompeï meer dan 1300 olielampen teruggevonden heeft.

Over het openingsuur echter is er meer twijfel. Uit een vers van Juvenalis en eenepigram van Martialis blijkt het publiek de thermenvanaf het vijfde uur kon bezoeken. Anderzijds zegt de Historia Augusta in de VitaHadriani dat de keizer in een decreet bevolen had dat niemand, behalve de zieken,vóór het achtste uur zich in de openbare badhuizen mocht bevinden.

Het is wel duidelijk dat het openingsuur aangekondigd werd door het gerinkel van de tintinnabulum(bel), en dat de mensen zelfs al voor die bel de thermen mochten betreden.

III.1.4.: Waren de termen gemengd?

Toen er nog maar een paar thermen waren, was er nog geen enkel concreet verbod tegengemengd baden. Als een vrouw dit niet wenste, kon ze de thermen vermijden en gebruik makenvan de speciaal voor haar gemaakte balneae.

De sportoefeningen echter trokken vele vrouwen toch aan, en naarmate er meer volk naarde thermen begon te komen, onstond er dus een toenemend aantal schandalen.

Hadrianus (117-138 n.Chr.) was de man die hieraan een einde maakte. Er was wel eenprobleem: de thermen hadden slechts één frigidarium, één caldarium en ééntepidarium. De oplossing was om voor de mannen en de vrouwen aparte uren vast te stellen.Later werd echter in veel thermengebouwen een gedeelte voorbehouden voor de vrouwen en eengedeelte voor de mannen.

III.1.5.: De prijs

De 'badinrichtingen' die door particulieren waren gebouwd stonden reeds open voorburgers van alle rangen. Om onkosten te vergoeden was er natuurlijk een entreeprijs, maardie was bijzonder laag. De kinderen mochten gratis binnen en volwassenen moesten ongeveereen quadrans betalen. Hoewel vrouwen van de zelfde voorzieningen gebruik maaktenals de mannen, moesten ze toch meer betalen, maar het bleef voor bijna iedereenbetaalbaar. Zoals al eerder gezegd was het Agrippa die ervoor zorgde dat diebadinrichtingen gratis werden: in 33 v.C. betaalde hij de toegangsprijzen uit eigen zak enbouwde dan zelf de eerste échte thermen die vanaf toen altijd gratis waren. De toegangtot de thermengebouwen die wij bespreken was dus altijd gratis.

III.1.6.: Lawaai

Hoewel men naar de badhuizen ging om zich te wassen en om een gezonde geest in eengezond lichaam te krijgen, kon de gezonde geest van mensen die in de buurt van een badhuiswoonden ernstig verstoord raken door de vele, luidruchtige activiteiten die erplaatsvonden. De Romeinse schrijver en geleerde Seneca(4-65 na Chr.) heeft een tijd boven een thermencomplex gewoond. Hij wist dus waarover hijsprak. Hij klaagt in een van zijn brieven steen en been over het rumoer dat iedere dagweer uit het badhuis opstijgt; het geplons in het water, het kletsen van de handen van demasseurs, het gesteun van de sporters, het geschreeuw van lieden die een balspel spelen,ruzie maken of allerlei versnaperingen aanprijzen, en het lawaai van personen diegenoeglijk in bad zitten te zingen. Al deze geluiden doen volgens Seneca 'een mens betreuren dat hij oren heeft'.


"Ik woon boven een badhuis. Als de grotere kerels aan

hun oefeningen beginnen... kan ik ze horen steunen...

Dan zijn er nog de arrestaties van herrieschoppers of

dieven, de vent die het leuk vindt om zijn eigen stem te

horen in het bad en de mensen die met een enorme

plons in het zwembad springen."

-Seneca-


III.2.: Wat deden de Romeinener buiten baden?

III.2.1.: Kuren

Allereerst moet er gezegd worden dat de Romeinen de voorkeur aan de kou gaven boven dewarmte. Van kind af aan waren ze eraan gewend, ook in de winter in onverwarmde kamers teslapen. Deze waren in plaats van met een houten deur, meestal met een gordijn gesloten. Debedoeling hiervan was het lichaam beter te harden in de buitenlucht te leven en ziektenvan de ademhalingsorganen te voorkomen.

In de tijd van Pompeius genas de arts Asklepiades vele ziekten doorkoud-waterbehandeling en Antonius Musa versterkte de zwakke gezondheid van Augustus, door hem in het meer van Gabii(Stad in Latium) te laten baden.

Er waren veel aanhangers van deze geneesmethode. Men noemde ze psychrolutae(gebruikers van koude baden). Vaak besloten dezen hun 'dansen' met een sprong in eenijskoud zwembassin.

III.2.2.: Sport en spel

De Romeinen kenden zeer vele spelen en balsporten om zich in de thermen te vermaken. Zohad je een balspel dat met zijn drieën gespeeld werd, trigon genaamd. Despelers, die in een driehoek waren opgesteld, wierpen elkaar zonder eerst te waarschuwende bal toe, terwijl zij met de ene hand gooiden en met de andere hand vingen. Enkeleandere balsporten waren: het kaatsspel, springbal, muurbal,...

In plaats van een met zand of veren gevulde bal (harpasta of paganica)werd soms een met lucht gevulde bal of follis gebruikt voor een soort basketbal.De spelers speelden minder verwoed, maar met meer elegantie dan nu het geval is.

Soms was de bal enorm groot en gevuld met aarde of meel en werd net als de oefenzak vanboksers door de spelers met hun vuisten bewerkt.

Als men wou worstelen moest men zich eerst met ceroma (een zalf uit was enolie bereid, die de huid soepel maakt) inwrijven en dit overdekken met een laagje stof,zodat men niet uit de handen van zijn tegenstander kon glijden.

Caput IV: De thermen van Rome

IV.1.: De thermen van Agrippa 33v.C.

Tot aan de tijd van Augustus kendeRome geen badinrichting, die bij de hoofdstad hoorde en door de stad beheerd werd. Agrippabracht hierin verbetering. Hij liet uit eigen middelen thermen bouwen op het Marsveld diede eerste publieke thermen van Rome werden. Om ook de armsten der Quiriten demogelijkheid te geven om de badhuizen te bezoeken beval hij dan ook om geen entree teheffen.

Uit de bouwvallen en de plattegrond kunnen we opmaken dat de vertrekken nog intraditionele volgorde zijn gebouwd ( d.w.z. dat zij niet om een symmetrieas gebouwd waren): apodyterium, frigidarium, tepidarium en caldarium. In het middenbevond zich een prachtige ronde zaal, de "Arco della Ciambella": de zaal heefteen doorsnee van 25 meter en is met een open koepel bedekt; zij heeft vierhalfcirkelvormige nissen, die kruisvormig aan de kanten zijn aangebracht.

De officiele naam van deze thermen is laconicum ( droog zweetbad ), pas laterwerden zij in overeenstemming met de andere badinrichtingen lavacrum of thermaegenoemd. Het was een ruimte die zo geconstrueerd was dat ze de warmte zoveel mogelijkvasthield. Het was een zweetbad voor stoom- en kuipbaden, die als speciale badkuur directop het koude bad volgde.

Naast het bouwen van de thermen liet Agrippa ook een enorm zwembassin aanleggen, ook stagnumgenoemd. Het was zo groot dat Tigellinus, de beruchte commandant van de keizerlijke gardevan Nero, er zelfs ooit een convivium (gastmaal) organiseerde op een vlot datdoor kleine bootjes over het kleine meer werd getrokken.

Tussen de eigenlijke thermen en het stagnum werden lange lanen met laurier- enbuxusbomen aangelegd die de bezoekers de kans gaven om in de schaduw te discussieren enzaken te doen.

IV.2.: De thermen van Nero

Nero liet zijn thermen aanleggen op het Marsveld ten noorden van de thermen vanAgrippa. We merken hier een opzienbarende hervorming: het gebouw was onder te verdelen intwee identieke helften. Er was een zelfde rangschikking van de vertrekken in beide helftenrondom de in het midden liggende voornaamste vertrekken: frigidarium, tepidariumen caldarium. Vanaf toen vormde symmetrie een architectonische norm voor de restvan de thermen in geheel het Romeinse Rijk.

Nero liet naast de thermen ook een gymnasium voor atletische oefeningenbouwen, maar dat brandde spoedig daarop af. Het bevond zich waarschijnlijk op de plaatswaar Diocletianus daarna het grote stadium bouwde.

De thermen van Titus zijn ongeveer in dezelfde oude stijl opgebouwd als die van Nero.Zij bevonden zich op de Esquilinus, in de richting van het Colosseum. De vertrekken warener ook wel luxueus versierd maar waren kleiner en kariger ingericht. Zij konden dus maareen beperkt aantal baders opnemen.

IV.3.: De Thermen van Trajanus 104n.C.

Hier merken we een volledige reorganisatie van de plattegrond van het thermengebouw. Debouw van deze thermen is begonnen door Domitianus op de Collis Oppius . Ze werden echterafgebouwd door Traianus en ook naar hem genoemd. Van toen af was het bad niet meer alleeneen vorm van hygiëne, maar het werd een nieuwe levensvorm, die geest noch lichaamverwaarloosde, die het nuttige met het aangename verbond,…

Agrippa gaf de bezoekers van de thermen reeds de kans om speciale behandelingen teondergaan in verscheidene vertrekken. Domitianus deed nog iets anders: hij legde twee rijkvoorziene bibliotheken aan met in de ene Griekse en in de andere Latijnse teksten, nog eenander bijgebouw bevatte kamers voor conversatie en ontspanning. Om de bezoekers van destudiezalen een ongestoorde rust te gunnen verenigde hij de badvertrekken in eenhoofdgebouw omgeven door tuinen, galerijen, paviljoenen,… dat slechts aan een kantgrensde aan de studeerkamers en conversatieruimten.

IV.4.: De thermen van Caracalla217n.C.

De zogenaamde thermen van Caracalla zouden we eigenlijk bij hun echte naam 'thermen vanAntoninus' moeten noemen, want terwijl Septimius Severus de opdracht gaf tot het bouwenvan deze gigantische thermen en het gebouw in 217 voortijdig werd ingewijd door zijn zoonCaracalla, werd het pas tussen 222 en 235 voltooid door de laatste Antoninus' AlexanderSeverus.

De thermen waren gelegen aan de Via Nova en hadden een oppervlakte van meer dan 11hectare ( 337 x 328 m ) en uit de overblijfselen heeft men kunnen afleiden dat de gewelveneen hoogte moeten gehad hebben van 30 meter. Aan de noordoostelijke kant van het complexwaren ooit vier ingangen; men kon de hele badcyclus in twee volstrekt symmetrischebadkamers en -zalen afleggen.

Het doel van de thermen werd hier volledig bereikt: ze boden namelijk de bevolkingnaast gemeenschappelijke en aparte baden, de mogelijkheid om de namiddag onbezorgd door tebrengen en zich terug te trekken uit de ongezonde en beruchte stadswijken. Hier merken weook voor het eerst een volledige scheiding van studieruimtes en badruimtes.

De kelderverdieping van het hele complex diende als doorgang voor het personeel. Menreed erin rond met wagentjes met linnengoed en hout voor de kachels. Er bevonden zichtrappen voor het personeel om van de kelderverdieping tot in het dak te geraken zonder datde bezoekers hen zagen. Er was ook een dicht net van buizen en kanalen, die in vloeren enaan muren waren aangebracht.

Er konden in totaal ongeveer 1600 personen tegelijk bediend worden, d.w.z. bijna 5000personen dagelijks. Voor zulk een groot aantal bezoekers waren mistens 10000 man bedienendpersoneel nodig. Met zo'n enorme menigte heerste er in de thermen zulk een drukte dat dethermen bijna een stad op zich vormden, prachtig versierd met veelkleurig marmer, metzuilen, sierranden en standbeelden, die nissen en galerijen decoreerden, met immensevloermozaïeken, waarvan de kleuren op de wanden weerspiegeld werden, met restaurants,bibliotheken, conversatiezalen, …

IV.4.: De Thermen vanDiocletianus 305-306 n.C.

De thermen van Diocletianus, gelegen op de Viminalis zijn zeer vergelijkbaar met dethermen van Caracalla, ze zijn er zelfs nog een verbeterde uitvoering van. Zij besloegeneen oppervlakte van 13 hectare ( 356 x 316 m ) en de totale dakbedekking besloeg meer dan30000 vierkante meter.

Samen met de thermen van Caracalla behoren zij tot de best bewaarde thermengebouwen.zij laten dan ook een onuitwisbare indruk achter op de toeristen die de ruïnes bezoeken.

In de ruïnes liggen tegenwoordig het Romeinse nationale museum, de kapel van SanBernardo en de kerk van Santa Maria degli Angeli. Deze laatste werd gebouwd in hetvroegere kruisvormige frigidarium door Michelangelo tussen 1563 en 1566. Ook het tepidariumverbouwde hij en vormt nu de vestibule die toegang geeft tot de kerk. NaMichelangelo wijzigde Vanvitello de kerk nogmaals in 1749.

IV.5.:Samenvatting: Van de thermen van Agrippa tot de thermen van Caracalla

De thermen van Agrippa waren gelegen op het Marsveld en waren de eerste publieke badenin Rome. Zij werden gebouwd op de traditionele wijze, d.w.z. de vertrekken waren niet rondeen symmetrieas gebouwd. Men noemde het oorspronkelijk laconicum ( droog zweetbad).

De thermen van Nero werden ten noorden van de thermen van Agrippa op het Marsveldgebouwd. Het groot verschil was dat de vertrekken hier om een symmetrieas gelegen waren.Naast baden liet Nero hier ook een gymnasium bouwen. Op diezelfde manier zijn ookde thermen van Titus opgebouwd.

Op de Collis Oppius bevinden zich de thermen van Trajanus, die een totale reorganisatievan de plattegrond laten zien. Er werden naast badruimten ook studiekamers enconversatiezalen aangelegd, die aan een kant met elkaar verbonden waren. De Romeinenhadden een nieuwe levensvorm: Het bad diende niet meer alleen voor hygiëne, maar ook voorontspanning.

De grootste en meeste luxueuze thermen van het Romeinse Rijk waren de thermen vanCaracalla en van Diocletianus, respectievelijk aan de Via Nova en op de Viminalis. Eenvooruitgang was hier dat studieruimten en baden volledig van elkaar gescheiden waren. Dezethermen bevonden zich aan de Via Nova. Vergelijkbaar met deze badhuizen zijn ook nog dethermen van Constantijn op de Quirinalis.

Caput V : Thermen in Pompeï

Ook in het Pompejaanse leven hadden de thermen een belangrijke betekenis. Dit kunnen weafleiden uit het aantal thermen dat in Pompeï isteruggevonden. Ook valt op dat de architecturale normen van de Romeinen een zeerduidelijke wending namen: de Stabiaanse thermen uit de Samnitische periode zijn nog steedsgebouwen met weinig ramen, aan de overblijfselen van de centrale thermen heeft men gemerktdat er toen veel meer en ook veel grotere ramen aanwezig waren. Ook wat betreft deplattegrond van de gebouwen vonden er enkele drastische veranderingen plaats.

V.1.: De Stabiaanse thermen 350-290v.C.

De Stabiaanse thermen zijn de oudste publieke baden die bewaard zijn gebleven. Hier isal een systematische ordening van de vertrekken merkbaar. Ten tijde van Augustus werden de thermen nog wel eensverbouwd omdat er een nieuwe verwarmingsmethode was gevonden en omdat men waterleidingenkon aanleggen na de bouw van het aquaduct.

Men betreedt de thermen via de palaestra, die aan drie kanten door eenzuilenhal omgeven worden; aan de vierde is een bassin met stromend water. Aan derechterkant ligt het mannenbad; daarmee zijn twee vertrekken verbonden, een wachtkamer eneen uitkleedruimte met een grote zitbank en op borsthoogte nissen in de wand om je klerenin te leggen. Die wachtkamer (vestibule) is bijzonder rijk versierd met marmerenplaveisel en roze wanden; het gewelfd plafond met achthoekige en ronde vlakken isverfraaid met reliëfs in stucwerk, die vrouwengestalten, liefdesgodjes en dierenvoorstellen tegen een blauw zwarte achtergrond. Ook het gewelf van het apodyterium isversierd met zeer artistiek pleisterwerk, dat echter uit een latere periode dateert.

Van de uitkleedruimte komt men in het frigidarium, een rond vertrek, en eentepidarium dat op een gemiddelde temperatuur wordt gebracht om te wennen aan hettemperatuurverschil tussen koud en warm bad. Naast het tepidarium ligt het caldarium, warmwaterbad, met een bekken met warm water en een ander rond bekken om zich in tewassen . De wanden hebben door het gebruik van de tegulae mammatae van binnenholle ruimten.

Een soortgelijke inrichting, hoewel van kleinere afmetingen, vinden we ook terug voorde vrouwen, die is ondergebracht in het gebouw tegenover de palaestra en heeftook een aparte ingang.

Tussen de twee gedeelten in bevonden zich de metalen ketels waarin het water verwarmdwerd.

V.2.: De thermen van het forum 80v.C.

Op gelijkaardige wijze zijn ook de thermen van het forum gebouwd. Dit gebeurde spoedigna het stichten van de kolonie (80 v.C.) en geschiedde door de stedelijke overheid uitopenbare middelen. In elk van beide badinrichtingen, konden slechts 20 tot 30 personengelijktijdig baden. Dit is zeer weinig als je weet dat er ongeveer 20000 mensen in Pompeï woonden toen de Vesuvius uitbarstte.

Zoals eerder gezegd is de inrichting van deze thermen ongeveer dezelfde als die van deStabiaanse thermen; zij zijn alleen kleiner. Uit het betrekkelijk klein oppervlak van de palaestrablijkt dat de Romeinen zich stilaan resoluut afkeerden van het Griekse ideaal.

V.3.: De centrale thermen 62 n.C.

Met de bouw van de centrale thermen is men begonnen na de aardbeving van 62 n.C. Zijwaren echter nog altijd niet voltooid in 79 toen de stad verwoest werd. Maar zelfs uit deoverblijfselen is een belangrijke vooruitgang te constateren: licht en lucht konden degebouwen beter binnendringen door enorme ramen en er werden ook nog andere vertrekkenbijgevoegd, zoals bibliotheken, zitkamers en restaurants, nieuwigheden die zeker uit dehoofdstad kwamen.

Ze beslaan de oppervlakte van een insula en de huizen die er stonden voor dethermen zijn allemaal met de grond gelijk gemaakt. Een hoge ringmuur maakt van dezethermen een op zich staand complex. Eén nieuwigheid valt nog te vermelden: de centralethermen beschikken slechts over één badgelegenheid, die uiteraard voor de mannen bedoeldwas. Er zijn drie ingangen aan dit etablissement en de ingang aan de noordzijde komt uitin een zaal, die als vestibule voor drie verschillende vertrekken dient, twee ervan zijnverkoopzalen, waar men alles kon kopen: alles wat men nodig had om te baden, maar ookvoedsel en dranken waren er hoogstwaarschijnlijk verkrijgbaar.

De indeling is voor de rest ongeveer gelijk met de indeling van de anderethermengebouwen, enkel is er in het caldarium geen labrum (wasbak) meer,maar bevinden er zich twee bassins, die door twee ovens werden verwarmd; zij konden tussende 25 en 30 baders bevatten. het is overigens de lichtste en best verwarmde plaats vanheel het complex.

Het frigidarium ontbrak, maar op de binnenplaats was men nog bezig aan eenzwembad, dat echter nog niet voltooid was, toen de Vesuvius in 79 v.C. uitbrak.

Caput VI : De thermen in deprovincies

VI.1.: Algemeen

Pas in de tweede eeuw na Christus is men thermen in de grote steden in de provinciesgaan bouwen. De Afrikaanse zijn over het algemeen de knapste, zoals die van Leptis Magna(een stad in Tripolis) uit de tijd van Septimus Severus, die van Timgad (Colonia MarcianaTraiana Thamugadi), waar verscheidene badinrichtingen waren, die van Cyrene en die vanLambèse (Lambaesis). In het Belgische Gallië krijgen de grootse keizerthermen van Trierin de vierde eeuw na Christus de vorm waarin we ze nu zien. Ook de thermen die AntoniusPius in Efeze in Lydië heeft gebouwd zijn beroemd.

De vorm van de badinrichtingen hing af van het klimaat dat er heerste. In Afrika warener vele in open lucht en palaestren, en gewoonlijk ontbraken de laconica(zweetbaden) en de tepidaria waren niet verwarmd. In Gallië daarentegen had menmeestal warme baden. Alle vertrekken waren gesloten en verwarmd.

In sommige steden, waar geneeskrachtige bronnen met jodium en zwavel, ijzerhoudend zandof warme modderbaden aanwezig waren, bevonden er zich naast de publieke thermen, ook nogbaden voor medische behandeling. De bekendste streken waren die van Baiae en Puteoli,vanwege hun hete zwaveldampen. De zieken begaven zich daar vooral heen om van artritis enreumatiek te genezen. Bijzonder gegeerd waren de zandbaden. Als er geen zand aanwezig was,liet men het brengen, zelfs van ver, en men verwarmde het kunstmatig. Onder andere in devilla van Hadrianus te Tibur (Tivoli) is er een vertrek dat voor zandbaden bestemd is (heliocaminus).Het is een bekken dat men tot elke gewenste hoogte kon vullen als men enkele treden naarbeneden ging. het zand werd verwarmd door het praefurnium en suspensurae.

VI.2.: De badhuizen in hetEngelse Bath 1e eeuw

Bath is een stad in het zuidwesten van Engeland, in het graafschap Avon en is gelegenaan de gelijknamige rivier. het heeft zijn naam te danken aan de Romeinse baden die erooit gevestigd waren en waarvan nog steeds zeer veel overblijfselen te zien zijn.

VI.2.1.: Hoe zijn de baden inBath ontstaan?

Er zijn in Bath drie heetwaterbronnen waarvan de grootste uitkomt in de heiligeRomeinse bron vanop een diepte vanop ongeveer 3000 meter. Het stroomt met een constantetemperatuur van ongeveer 46.5 C° en een dagelijkse hoeveelheid van ongeveer 1250000 literuit de heilige bron. Rondom deze heetwaterbronnen werden de Romeinse baden en de tempelsopgericht.

De Romeinen vielen Groot-Brittannië binnen in 54 v.C. en ontdekten binnen enkele jarende bronnen te Bath. Rond 75 v.C. stichtten zij er de badplaats Aquae Sulis. Zij noemdenhet naar de Keltische godin van de bron, Sulis, wie zij gelijk stelden met hun eigen godinMinerva. Ten noorden van de bron werd een tempel opgericht voor Sulis Minerva omgeven doorzuilengangen. ten zuiden werden verschillende baden gebouwd waar men zich kon wassen ofeen geneeskrachtige behandeling ondergaan.

De bron had een dubbel doel: het was enerzijds een centrum van verering, waarin offersaan Sulis en Minerva werden geworpen en anderzijds een reservoir dat de baden van watervoorzag. Niemand zwom in die bron omdat het een heilige plaats was.

Na het vertrek van de Romeinen stortten de tempel en de baden in en werden bedolven. Inde 12e eeuw bouwde men boven de bron het Koningsbad en gebruikte het als zwembad. In de18e eeuw werd het nuttigen van bronwater een algemeen gebruik en bouwde men de daartoedienende Pump Room naast het Koningsbad.

De ontdekking van de Romeinse baden dateert van in de tachtiger jaren van de vorigeeeuw en duurt nu nog altijd voort.

VI.2.2.: De indeling van de baden

A. bestrate plein aan de voorkant van de tempel

B. treden, leidend naar de tempel

C. offeraltaar

D. kleiner bad met water uit het groot bad

E. Turkse baden

F. enige bewaard gebleven mozaïek

G. kleine halfronde baden met stenen banken die onder water stonden

H. heilige bron

I. oorspronkelijk een ingang tot de baden, later werd het een koud bad voor zij die uitéén van de aangrenzende baden kwamen

J. Turkse baden met een zeer goed bewaard gebleven hypocaust

K. Sauna

L. koud waterbad

M. het grote bad dat water krijgt vanuit de bron. Het is 1.6 meter diep en heeft nogsteeds Romeins lood op de bodem. Aan de waterkant waren er alkoven die de baders demogelijkheid gaven om te zitten en te discussiëren zonder dat ze last ondervonden van hetwater. Van het oorspronkelijk gemetseld gewelf enkel aan de zijkanten nog resten te zien.

VI.3.: De keizerlijke thermenvan Trier 4e eeuw

In de vierde eeuw liet Constantius Chlorus (305-311) in zijn hoofdstad Trier thermenbouwen volgens dezelfde plattegrond als de thermen van Diocletianus. De originaliteit vandeze thermen is gelegen in de toepassing van halve cirkelbogen in de plattegrond van bijnaalle waterbekkens, die worden omringd door halfronde uitbouwen. In de architectuur van ditsymmetrische complex, met zijn door koepels overdekte halfronde hallen, overheerst dus degebogen lijn.

In verband met de klimatologische omstandigheden bevatte deze binnenplaats geen zwembadin open lucht zoals de thermen in Rome en andere steden in het zuiden, maar speelde heteigenlijke badbedrijf zich af in de hoge overwelfde zalen die in het oosten langs demiddenas gegroepeerd bij de palaestra aansloten en omringd werden door lagere vertrekken.

Voor het eerst treft men hier de getrapte vensteromlijstingen aan die, alsof zevooruitliepen op de middeleeuwse portalen, de plastiek van de muur naar voren brengen. Hetzou dus niet ondenkbaar zijn dat dit gedeelte van de thermen, dat immers in latereperiodes nog gebruikt is als middeleeuwse burcht en nog daarna als stadspoort en dus zonooit aan iemands oog onttrokken is geweest, niet alleen met zijn vensters maar ook wat degroepering van de massa's betreft, inspirerend heeft gewerkt op de middeleeuwsekerkarchitectuur.

Overzicht van de Latijnse woorden

Apodyteria: kleedkamer

Balneae: eerste openbare badinrichtingen die door particulieren uit eigen middelenwerden gebouwd

Caldarium: warmwaterbad

ceroma : een zalf uit was en olie bereid, die de huid soepel maakt

convivium: gastmaal

Destrictarium: een vertrek waar men zich met water kon besprenkelen

Follis: een met lucht gevulde bal

frigidarium: koudwaterbad

Gymnasium: gebouw voor atletische oefeningen

Harpasta: een met zand gevulde bal

hypocaustum: verwarmingssysteem in de thermengebouwen, door middel van hete lucht

Insulae: Romeinse 'appartementsgebouwen', huurhuizen

Labrum: wasbak

laconica: zweetbaden

lavacrum: bad

lavatrina/latrina: badkamer, toilet

Natatio: zwembad

Paganica: een met veren gevulde bal

palaestrae: worstelplaatsen

praefurnium: haard waarmee de hete lucht voor het hypocaustum werd opgewarmd

psychrolutae: gebruikers van koude baden

Quadrans: kwart van een as, minder dan een halve cent

quiriten: de algemene naam voor het Romeinse volk

Sapo: een soort zeep van geitenvet

scholae: plaatsen voor lichaamsoefeningen

stagnum: zwembassin

strigille: kleine borstel

sudatoria: stoombaden

suspensurae: waren kleine 'gangen' die vernuftig in de vloer ingebouwd waren

Tabernae: huurhuizen

tegulae mammatae: holle bakstenen

tepidarium: lauwwaterbad

tintinnabulum: bel

trigon: balspel met 3 personen

Vestibule: inkomhal, die ook als wachtkamer diende

Xystus: een overdekte promenade

Bibliografie

Dit is de bibliografie van alle boeken die wij gebruikt hebben voor ons werk. Op devolgende pagina's vindt u de volledige bibliografie met alle artikels en boeken diebestaan over het onderwerp.

Catherine Chamontin, Erfenis van oude culturen: Het Romeinse Rijk, München,1987

Henri Stierlin, Imperium Romanum: Van de Etrusken tot de val van het rijk,Keulen, 1996

W. Zschietzschmann, Hellas en Rome, Duitsland, 1959

John Julius Norwich, Geschiedenis van de bouwkunst, Alphen aan de Rijn, 1976

Sander van Ooijen, Pompeii: verstild verleden aan de voet van de Vesuvius,1992

Charles Freeman, De wereld van de Romeinen, Lisse, 1996

Jérome Carcopino, Het dagelijks leven in het oude Rome, Parijs, 1939

Robert Etienne, Het dagelijks leven in Pompeji, Baarn, 1985

Robert Etienne, Pompeji, bedolven stad, Houten, 1991

Heinz Kähler, Het Romeinse Rijk, Amsterdam/Brussel, 1965

Jérome Carcopino et al., De glorietijd van het oude Rome, Amsterdam,1985³

 

Balnea,

vina,

Venus,

corrumpunt corpora nostra

sed vitam faciunt

 

Orandum est

ut sit mens sana

in corpore sano

 

( Juvenalis )
top

Carpe translationem

Ara Pacis ] Cursus Honorum ] Datering ] Forum Romanum ] Griezelen ] Huwelijk ] Het Romeinse leger ] Het Griekse leger ] Leiders van Rome ] Naamgeving ] Politieke organisatie ] Spreekwoorden ] [ Thermen ] Tijd ] Tijdlijn ] Toneel in Rome ] Triomfbogen ]

© 2005, 2006 www.klassiekevertalingen.nl

Plùk een vertaling