Datering

 

Up ]

down

 

De dateringen bij de Romeinen

We geven hier aan op welke plaats in het rijtje van 30 of 31 dagen vandie bepaalde maand de bewuste dag te vinden is. Bijv. "op 3 maart', betekent:"op de derde (van de 31 dagen) van de maand maart." De Romeinen maakten hetzichzelf en ons veel moeilijker.

Ze namen als uitgangspunt voorhun telling de 1e en de 13e van de maand.De belangrijkste van de twee was de 1e, die ze kaléndae noemden. Wat op die dagzelf gebeurde was gemakkelijk te dateren: men schreef kaléndis juniis of máriiisof januariis, enz. naar gelang de maand. Je ziet meteen dat de namen van demaanden in het Latijn zuivere adjectieven gebleven zijn. Als men de maand aangaf, voegdemen er dan ook veelal het substantief mensis, maand" aan toe. Maart bijv. was mensismartius. Je kou nu mogen verwachten dat ze van de kalenden verder zoudentellen: de 2e, de 3e, de 4e enz. vanaf de kalenden. Maar ze deden net andersom! Zetelden terug: pridie (de dag voor, bestaande uit de stam van pri-mus en deabl. van dies) kaléndas, tértio, quarto, quinto.... kaléndas (mártiasbijv.). De 24e februari was dus: sexio kaléndas mártias; je zoudenken: quinto, niet sexto, maar men rekende de kalenden zelf ook nog mee. Deuitdrukking was ontstaan uit: sexto (die) (ante) kaléndas mártias. Alsjefoutloos van de 1e van de volgende maand wilde terugtellen, moest je dus altijd goed inhet oog houden hoeveel dagen je maand telde. In een maand van 31 dagen was sextokaléndas immers de 27e, in een maand van 30 dagen de 26e, in februari, met zijn 28dagen, de 24e. Gemakkelijk was dat alles zeker niet.

Berekende men zo alle dagen van de maand vanaf de kalenden van devolgende? Neen, men ging nooit verder terug dan de 13e van de maand. Want daar lag eentweede uitgangspunt voor de telling, idus genaamd; deze vorm is een nom-acc. meerv. die inde dat.-abl. idibus wordt. De 14e februari heette dus nog: sexto dècimokaléndas mártias; maar op de 13e februari schreef men: idibus februáriis. Enweer gebruikte men dit nieuwe steunpunt uitsluitend om terug te tellen: pridie idus(februárias), tértio, quarto, quinto... idüs (februérias), enz., watovereenkomt met 12, 11, 10, 9 februari, enz. In maart, mei, juli en oktober vielen de idenniet op de 13e maar op de 15e.

Niet alle dagen tussen de kalenden en de iden werden van de iden uitgedateerd. Tussen de twee was nog een derde, maar minder belangrijk steunpunt komen teliggen: de nònae, de 5e dag van de maand, en in de vier maanden dat de iden op de 15evielen, de 7e dag. De nónae danken hun naam hieraan dat ze de negende ('nónus)dag zijn, als men van de iden terugtelt. Verden dan octávo idus (juliis) konmen dus niet teruggaan. In plaats van nóno idus (juliis) schreef men op de 7ejuli: nònis (juliis). Voor de enkele dagen tussen nonen en kalenden telde menvanaf de nonen terug: pridie nónas, tértio nónas, quarto nònas. Alleenals de nonen de 7e vielen kon men nog quinto nónas en sexto nónas hebben.

Het lijkt ingewikkeld en ons systeem is zekereenvoudiger, maar de Romeinen waren hun systeem zo gewoon dat ze ternauwernood merkten dathet moeilijk was.

 
top

Carpe translationem

Ara Pacis ] Cursus Honorum ] [ Datering ] Forum Romanum ] Griezelen ] Huwelijk ] Het Romeinse leger ] Het Griekse leger ] Leiders van Rome ] Naamgeving ] Politieke organisatie ] Spreekwoorden ] Thermen ] Tijd ] Tijdlijn ] Toneel in Rome ] Triomfbogen ]

© 2005, 2006 www.klassiekevertalingen.nl

Plùk een vertaling