Iuvenalis

 

Up ]

down

 

Leven

Iuvenalis volledige naam luidt Decimus Iunius Iuvenalis. Hij werd geboren in de 1steeeuw en stierf in 140 (niet zeker). We beschouwen hem, zoals velen trouwens als de laatste en de grootste vertegenwoordiger van de meest specifiek - Romeinse vorm van literatuur, de satire genaamd. Men weet niet zo heel veel over zijn leven omdat de biografieŽnonbetrouwbaar zijn en de dichter bijna nooit over zichzelf sprak, wat bij Horatius wel hetgeval was. Hij beschouwt zichzelf als een cliŽnt waar de hoge heren moesten naaropkijken, omdat ze afhankelijk waren van hun soort. Hij werd geboren in Aquinium, maarwegens een ruzie met het keizerlijk hof werd hij verbannen door ene Domitianus. Hij wasdus een aanzienlijk persoon in zijn tijd. Wel was hij arm en afhankelijk van bescherming,later verkeerde hij in gunstigere omstandigheden. Veelvuldig wordt hij vermeld door zijnvriend, die dezelfde mening had van hem, de epigrammendichter Martialis. Hij gaf ook inhet openbaar retorische voordrachten maar begon pas in zijn laatste dertig jaar satiren tepubliceren. Hij maakte zich veel zorgen om de achteruitgang van het Romeinse Rijk, maarhij is dikwijls zo verbitterd dat men ook een persoonlijke wrok vermoedt. De periode vankeizer Domitianus, die leefde van 81 tot 96 heeft hem geschokt, waardoor ook zijn satirendaarop een reactie zijn. Nochtans heeft hij deze tijdens het overigens rustiger bewind vanTrajanus en Hadrianus geschreven.

Werk

Iuvenalis' werk bestaat uit 16 satiren met een verschillend aantalregels, gaande van 60 tot 661, die verdeeld zijn over 5 boeken. Ze worden over 't algemeengekenmerkt door grote bitterheid en dodelijke ernst, verder ook door te vermijden vanactuele toespelingen en zich te beperken tot personen en toestanden van een meer recentverleden; tenslotte door een uiterste pessimisme, in tegenstelling tot Persius, deovertuigde moralist. Men zijn speciale sarcastische verwoording protesteert hij tegen decorruptie in het Romeinse rijk, de ijdelheid, de rijken, de schijnheiligheid, bijgeloof,de Grieken en de vrouwen. In zijn derde satire beschrijft hij ook uitvoerig de gevaren inhet ruwe stadsleven, waarin vooral zijn uitstekende vorm en schikking opvalt en waarin deinhoud nog altijd zeer actueel is. Iuvenalis legt zijn klachten over de stad in de mondvan zijn vriend Umbricius. Volgens hem is het doordat de eerlijkheid geen erkenning vindt,oosterlingen er zich naar voren dringen, eenvoudige en weinig bemiddelde mensen nietbereid zijn door vuile karweitjes zich omhoog te werken, dat men niet kan leven in degrote stad. In het 2de deel van de satire betoogt hij tegen de praktische kantzoals de bouwvallige huizen, branden, het verkeer, de misdadigheid, de ontbrekende slaap,vechtpartijen,Ö waardoor het ondraaglijk leven is. Zijn beschrijving zit vol humor enperfect taalgebruik en vol van nog steeds geciteerde uitdrukkingen. Soms overdrijft hijzelfs hij in zijn toch wel grof taalgebruik, vooral in zijn eerste satiren. Later is zijntoon veel zwakker en denkt hij veel te veel na bij zijn taalgebruik. Ondanks dat zijnlaatste werken niet meer zo levendig is en een wereldvreemde, literaire indruk nalaat, magIuvenalis zonder twijfel de grootste Romeinse satiricus genoemd worden.

Invloed

In zijn tijd en in de twee volgende eeuwen erna, viel zijn werk nietop. Hij werd zelfs na zijn dood spoedig vergeten. Na enige tijd waardeerden deoudchristelijke auteurs hem als moralist en beschrijver van de heidense verdorvenheid. Inde Middeleeuwen werd hij in vele kloosterbibliotheken gelezen en overgeschreven.Pithoeanus was daar de beste in. Dankzij de scholia kennen we ook waardevolle, belangrijkeverklaringen van zijn teksten. De eerste gedrukte uitgave is die van Ulrich Han(1467-1469). Sindsdien vindt hij ook navolgers en vele bewonderaars, vooral in de 17deen 18de eeuw in ItaliŽ, Frankrijk en Engeland, zoals Boileau, Pope, Dryden,Dr. Johnson, Ö Aan het eind van de 4de eeuw vindt men hem eerst geciteerdbij schrijvers en gramatici. Sinds de periode der humanisten is zijn roem heel groot,eveneens zijn invloed op de West-Europese letterkunde.

Spreuken
  • mens sana in corpore sano : een gezonde geest in een gezond lichaam.
  • panem et circenses : brood en spelen (Het enige waarnaar het Romeinse volk in de Keizertijd naar verlangde, dacht men)
  • pecunia non olet : geld stinkt niet.
  • rara avis : een rare vogel ( een speciaal iemand )
  • obsepit non intellecta senectus : ongemerkt besluipt ons de ouderdom.
  • fronti nulla fides : op het uiterlijk kan men niet afgaan.
  • difficile est satiram non scribere : wat moeilijk is het geen satire te schrijven.
  • nulla fere causa est in qua non femina litem moverit : er is nagenoeg geen rechtsgeding waarin niet een vrouw het proces aan het rollen heeft gebracht.
  • probita laudatur et alget : de deugd wordt geprezen en sterft ondertussen van de kou.
  • lucri bonus est odor et ex re qua libet : winst ruikt altijd goed waar ze ook vandaan komt.
  • maxima debetur puero reverentia : aan de schandknaap is men de meest mogelijke zorg verschuldigd.
  • aliena vivere quadra : van een anders brood leven.
  • een voornaam huis is vol aangematigde dienaren.
  • met geld groeit ook hebzucht.
  • niemand vindt meer plezier in wraak dan de vrouw.
  • alleen verlies van geld wordt met echte tranen beweend.
 
 

top


Carpe translationem

Alexander De Grote ] Caesar ] Caligula ] Catullus ] Herodotos ] [ Iuvenalis ] Martialis ] Plinius ] Sulla ] Vergilius ]

© 2005, 2006 www.klassiekevertalingen.nl

Plýk een vertaling