Vita Caesaris

De vita Gaii Iulii Caesaris

1) Een aristocraat van linkse afkomst

Gaius Iulius Caesar, in 101 voor Christus geboren, stamde af van een nobel geslacht van de Iulii. Zijn vader en grootvader namen het op voor de partij van de democraten en de zus van zijn vader, Iulia, was getrouwd met Marius, de vooraanstaande leider van de democraten. Toen hij nog zestien was, verloor Caesar zijn vader. Ongeveer drie jaar later, toen hij twintig was, trouwde hij met Cornelia, de dochter van Cinna, de andere leider van de democraten. Weldra echter had Sulla, die met behulp van de aristocraten tot dictator benoemd was, de oppermacht verworven. Aangezien hij wreed woedde tegen de democraten beval ook Caesar te zoeken om te doden. Vermomd ontsnapte deze uit de stad om zijn leven te redden. Doordat hij daarna zeer vaak van schuilplaats veranderde, wist hij zich nu eens hier, dan daar te verbergen voor de achtervolgers. Toen hij echter op een zekere nacht, trillend van koorts, naar een ander huis werd overgebracht, stootte hij op soldaten van Sulla die de wegen bewaakten. En door twee talenten aan te bieden kon hij de leider van deze, die door Sulla vrijgesteld was, nauwelijks overtuigen om hem niet aan Sulla uit te leveren.

2) Wie had gelijk

Nadien kreeg hij van bepaalde verwanten, vooraanstaande mannen en vrienden van Sulla, vergeving. Het stond genoeg vast dat Sulla lange tijd terugvocht, en toen zij smeekten hem vrij te krijgen, riep hij overwonnen uit: "Win maar en houdt hem voor jullie. Maar weet dat hij die jullie ongedeerd willen redden, ooit de ondergang van de partij van de aristocraten zal zijn. Want in Caesar zitten vele Marii." En nadien is gebleken dat hij de waarheid sprak. Toen was er uitgezonderd Sulla niemand die het ware karakter van de jongeman kon voorspellen. Aangezien ieder echter meende dat Caesar zeer vreemd aan de politiek was, vertrouwden ze erop dat hij ook later in de amusement- en de literatuurwereld zijn leven zou leiden. Want de jongeman was uiterst elegant, verzorgde altijd overdreven zijn lichaam, was zeer bezorgd over zijn lichaam en zijn haar, en hield zeer van een luxueus leventje. Hij maakte ook van tijd tot tijd een vers en schreef soms treurspelen. Maar onder die schijn van lichtzinnigheid, ging een totaal ander karakter schuil.

3) Geboren om te heersen

Niet alleen was er het verborgen verlangen naar het rijk in hem, maar ook ontbraken hem de natuurlijke geschenken niet waarmee hij kon opklimmen tot het oppergezag. Hij was namelijk zeer welbespraakt, waarmee hij nadien het volk en de soldaten, ja zelfs de senaat van het Romeinse volk telkens opnieuw deed ontroeren en toegeven. Bovendien betoonde hij zich uiterst ervaren in de krijgskunst. Want hij was tegelijk moedig en behoedzaam, voorzag alles tot in detail en had van niets schrik. Tot slot overtrof hij het merendeel van zijn leeftijdgenoten in lichaamskrachten en scheen door geen enkele inspanning vermoeid te kunnen geraken. Op tocht ging hij van tijd tot tijd zijn soldaten te paard, maar vaker te voet vooraf, blootshoofds, of de zon nu scheen of het stortte, en onderging hetzelfde als hen. Als de rivieren de colonne tegenhielden, aarzelde hij niet om die al zwemmend over te steken, en de zeer lange wegen legde hij, als het nodig was, in een zeer snel tempo af, zo snel zelfs dat hij vaak de bodes die zijn komst moesten melden voor was. Wat betreft voedsel en wijn, getuigden zelfs zijn rivalen dat hij zeer sober was. Want onder andere bestaat over hem dit gezegde van Marcus Cato, waarin Caesar zich als enigste nuchter tot de republiek wendde om die te veroveren. Hij had bovendien een wilskracht die hij nooit verloor, waardoor hij bestand was tegen moeilijkheden en verdriet; hij had ook een scherp karakter en een ongelooflijk geheugen, zozeer dat hij aan zijn notarissen wel zeven brieven tegelijk kon dicteren, zonder helemaal iets te vergeten. Zeer vaak werd hij verdrukt door zijn schulden, maar toch kon hij niet ophouden met zijn kwistige vrijgevigheid, zodanig dat men zelfs zei dat hij wel honderd miljoen sestertin nodig had om nog niets te hebben. Tot slot staat vast dat hij tegen zijn vrienden altijd zeer trouw was, maar tegen zijn rivalen en vijanden nu eens genadig, dan weer wredig, naargelang hij meende wat voordeliger was. Voorzien van dergelijk karakter en van dag tot dag meer verlangend naar het oppergezag, zat hij in een lange, lastige renbaan naar het koningschap, dat hij na twintig jaar met succes bereikte.

4) Bij de zeerovers

Zijn eerste legerdienst deed hij in de provincie Asia. Vanwaar hij met weinig overleg naar Rome terugkeerde, omdat hij de dood van Sulla vernomen had. Hij hoopte immers dat er burgerlijke twisten uit zijn dood ontstaan zouden zijn, en dat hij daardoor de mogelijk had om vorderingen te maken. Maar al gauw stelde hij vast dat hij met de burgertwisten niets bereikt had, en besliste daarom om naar Rhodus te gaan om gedurende een bepaalde tijd bij Apollonius Milon, een meester in het spreken, in de leer te gaan. Maar terwijl hij naar daar trok, werd hij nabij het eiland Pharmecussa door piraten gevangen genomen, die met een grote vloot dat deel van de Egesche Zee in bezit hadden. En onder deze gevaren gedroeg hij zich zo onverschrokken zodat het bij de piraten bewondering opriep. Want toen ze 20 talenten voor hem eisten, als hij vrijgekocht wilde worden, lachte hij met hen, omdat zij dat genomen zouden hebben, daarna beloofde hij zelfs ze er 50 te geven. Terwijl kameraden en slaven uitgezonden naar burgers van Asia om geld te lenen, bleef hij bij de rovers gedurende 42 dagen. Gedurende heel die tijd echter, gedroeg hij zich zo zelfverzekerd, zodat hij geen gevangene van hen leek te zijn, maar een meester. Want om de andere dingen te vergeten, verlangde hij dikwijls te gaan slapen en beval hij hen om stil te zijn en zich afzijdig te houden tijdens zijn slaap. Wanneer hij gedichten gemaakt had, gebruikte hij de piraten als luisteraars; en als zij geen bewondering hadden voor zijn versjes, schold hij hen vrij uit voor onbeschaafde barbaren. Af en toe beloofde hij hen vriendelijk dat, wanneer hij vrijgekocht zou zijn, hij hen tot de laatste toe zou kruisigen. Maar dan begonnen zij hard te lachen, alsof hij een grap verteld had.

5) Caesar houdt woord

Toen zij, die om geld te zoeken uitgezonden waren, teruggekeerd waren en de som betaald hadden, voer hij vrij naar Milete. Daar bracht hij zonder aarzelen een vloot bijeen, hoewel hij een ambteloos burger was, vulde die met soldaten en betaalde dadelijk de schepen van de gevangen rovers. 's Nachts immers treft hij ze stilstaand aan de ankers rond hetzelfde eiland Pharmacussa aan. Aangezien hij hen dadelijk aanvalt, doet hij een deel van de vloot vluchten, hij keldert een deel en neemt enige schepen en vele piraten (gevangen). Nadat hij een ontzaglijke buit gemaakte had, voer hij vrolijk door zijn nachtelijke overwinning naar Pergamum. Daarheen gegaan, boeide hij hen in de gevangenis, hij haastte zich naar de proconsul die toen toevallig in Bithynia verbleef, en vroeg hem of hij de gevangene wou terechtstellen. De proconsul wilde dit echter niet doen, integendeel, hij zei dat hij de magistraten van Pergamum zou schrijven zodat ze de gevangenen zouden verkopen en het geld in de schatkist bijeen zouden brengen; hij eiste ook de buit die op de piraten gemaakt was voor zich op. Nadat hij het antwoord ontvangen had, keerde Caesar zo snel mogelijk terug naar Pergamum om de brief, over die zaak, van de proconsul, geschreven aan de magistraten voor te zijn, en daar kruisigde hij dadelijk de rovers, zoals hij hen bedreigd had, alsof het een grap was, dit te doen.

6) Een onverzadelijke eerzucht

Hij was naar Rome teruggekeerd om een politieke functie uit te oefenen. Hij werd krijgstribuun, en op zijn 33 werd hij door het volk aangesteld tot quaestor. Wanneer hij naar Spanje werd gestuurd om een dienst te vervullen, kwam hij, terwijl hij een weg door de Alpen aflegde, bij een miserabel dorpje, waar een handje vol barbaren woonde. Na dit gezien te hebben, zei een van zijn reisgezellen lachend:" Zouden er hier ook kunnen gevonden worden, die net als in Rome strijden voor de ambten en jaloers zijn op de macht van anderen?" Maar Caesar zei:" Ik, in elk geval, zou liever onder deze ellendigen en kleinen de leider zijn, dan in Rome de tweede." En ook toen hij om recht te spreken door de provincie toerde, en in de stad Gades aankwam. Daar bekeek hij nabij de tempel van Hercules het standbeeld van Alexander de Grote. Hij bleef staan en nadat hij er een tijdje naar gekeken had, zuchtte hij diep. Aangezien zijn gezellen vroegen waarom hij zuchtte, antwoordde hij:" Is het niet juist om pijn te hebben, omdat ik nog niets memorabels heb gedaan, op de leeftijd dat Alexander de hele wereld onderworpen had." Uit al deze woorden bleek zijn karakter, n dat begerig is naar heerschappij, en dat alleen maar met het oppergezag tevreden zou zijn. Het is niet voor de grap dat men steeds het gezegde van Euripides, een Grieks poet, in de mond neemt:

"Want als recht dan toch geschonden moet worden, dan moet het geschonden worden om te regeren. Leef het in de andere gevallen na."

Hij had immers de overtuiging dat het immense lichaam van de staat door n hoofd en bestuurder moest worden geregeerd en dat hij het zelf was, die het Fatum tot deze taak had bestemd.

7) Met behulp van de democraten

Maar om die top te bereiken , zag hij in dat hij de hulp van zoveel mogelijk mensen kon gebruiken. Daardoor besliste hij om zich bij de partij van de democraten aan te sluiten. En het was niet alleen n reden die hem voortdreef om deze partij boven de andere te verkiezen. Zijn vader en grootvader steunden immers de partij van de democraten, bovendien was hij getrouwd met de dochter van Cinna, de leider van die partij. Het waren echter vooral het onrechtvaardige lot en de toestand van het volk die hem bij de democraten brachten. De baten van een zozeer gegroeid rijk waren immers bij de stand van de senatoren en de ridders, de lasten en de kosten echter ongeveer allemaal voor het volk. Maar om de levensomstandigheden van het volk te verbeteren, moest hij niet alleen de macht van de aristocraten breken, maar ook de hele staatstoestand veranderen. Hij aarzelde niet om deze taak, hoewel ze de menselijke krachten leek boven te gaan, aan te pakken. Daarom begon hij uit alle macht de steun van het volk te zoeken, nadat hij, na zijn ambtstermijn, vanuit de provincie naar Rome was teruggekeerd.

8) Erfgenaam van Marius' populariteit

Dus, toen Iulia, de vrouw van Marius en zijn tante, stierf, zorgde hij ervoor dat er in de lijkstoet tussen de wassen beelden van de voorouders ook een beeld van Marius rondgedragen werd. Deze leider van de democraten was eertijds door overwinningen op de Cimbren en de Teutonen tot derde stichter van Rome uitgeroepen. Maar een aantal jaren later, toen de aristocraten, onder leiding van Sulla de democraten overwonnen, verklaarde de senaat diezelfde Marius, die intussen overleden was, tot vijand van het Romeinse volk. Caesar wist maar al te goed de beslissingen zo te schenden waarmee de senaat verboden had die eer van Marius te bewijzen. Toen daarom enkele aristocraten met woedende stemmen de lijkstoet verstoorden en tegen Caesar kwaad werden omdat hij tegen de wet handelde, juichte heel het volk hem, terwijl de stoet voorbijging, met een groot lawaai toe, vol bewondering omdat hij de eer van Marius na zoveel jaren als het ware uit de onderwereld teruggebracht had. Daarna, om zich nog intenser met de democraten te verbinden, zorgde hij ervoor dat in het geheim een zeer mooi beeld van Marius gemaakt werd, dat hij op een nacht op de Capitool liet brengen en in de tempel van Jupiter Capitolini liet rechtzetten. Dus, de burgers die de tempel binnenkwamen, stonden, toen ze het beeld zagen, eerst verstomd omwille van de durf van de dader (niet dat er twijfel was wie het gedaan had). Daarna, toen het gerucht in de stad de ronde gedaan had, haastte een zeer grote groep mensen zich naar de Capitool, om met hun eigen ogen te zien wat Caesar gedurfd had te doen. Dadelijk werden de senatoren ook naar het senaatsgebouw geroepen om over de afstraffing van de stoutmoedigheid van Caesar te beraadslagen. Daar, in aanwezigheid van de beschuldigde, hield Catulus Lutatius, een vooraanstaand man, een redevoering, waarin hij onder andere Caesar beschuldigde omdat hij niet meer heimelijk, als het ware met mijngangen, maar openlijk en als het ware met werpgeschut en bestormingstuig, de republiek bestormde. Maar Caesar verdedigde zich met zo'n kunst van het sprekentegen de aanklagers zodat hij uiteindelijk de senaat zelf deed toegeven.

9) Naar het consulaat

In het derde jaar aangesteld tot aediel, won hij, door ongelooflijke spelen en amfitheaterspelen, meer en meer de volksgunst voor zich. Daarna is hij verkozen tot praetor en nadat hij deze ambt volbracht had, is hij naar Zuid-Spanje gezonden om de provincie als praetor te besturen. Uiteindelijk, in 56 voor Christus, toen hij 42 was, verwierf hij het consulaat, als hoofd van de republiek. Hij had een collega, M. Calpurnius Bibulus, waarmee hij reeds het aedielschap bekleed had. Maar toen zorgde Caesar ervoor dat, hetgeen zij beiden samen met eigen geld aan het volk gegeven hadden, allemaal door zichzelf alleen bleek gedaan te zijn. En deze handeling was de kiem van de toekomstige onenigheid geworden. Bij het begin van zijn ambt diende Caesar een wetsvoorstel in om de Ager Campanus voor het volk te verdelen. Maar toen de senaat zich tegen dit voorstel verzette -want de adelen en de rijken hadden beetje bij beetje die grond bezet- en Caesar het voorstel aan het volk voorlegde, ging Bibulus naar het marktplein om zich tegen het aannemen van de wet te verzetten. Maar er was zo' n grote opstand, die door Caesar tegen hem in gang gestoken was, dat ze zijn roedenbundels braken en hem zelfs van het plein verdreven. Na deze dingen is hij gedwongen om de rest van het jaar thuis te blijven. Daardoor bestuurde Caesar als enige de republiek naar zijn eigen mening. Vanwaar bepaalde geestige mensen zeiden dat hetgeen dat jaar gebeurd was, niet, zoals gewoonlijk, onder het consulaat van Bibulus en Caesar was gedaan, maar onder het consulaat van Iulius en Caesar, waarbij ze n consul, met naam en bijnaam, in plaats van twee benoemden.

10) De Gallische veldtocht als weg naar de troon

Uiteindelijk zorgde hij ervoor, nadat hij het consulaat volbracht had, dat het volk Gallia Cisalpina en Illyria als provincie aan hem gaf, en waarbij daarna, omdat hij het wilde, ook Gallia Transalpina is toegevoegd. Want hij was reeds aan het denken over die beroemde Gallische oorlog waarmee hij twee dingen, die zeer noodzakelijk waren om de republiek omver te werpen, zou verwerven: namelijk een ontzaglijke rijkdom en een onoverwinnelijk leger.

Met dank aan de heer Chris van de Weerd voor deze bijdrage! Kijk ook eens op zijn website, Magistro Ivvante Vinces


Carpe translationem

2005, 2006 www.klassiekevertalingen.nl

Plk een vertaling