Epitome Libri Primi

Een onverhoopte kans

Niets ontbrak Caesar meer, behalve een reden om oorlog te voeren. Die schonken de HelvetiŽrs onverwacht. Dit volk immers werd reeds lang gekweld door de leider van de Germanen Ariovistus. Het had daarom beslist om te verhuizen zelfs naar de Santones, een bevriend volk dat naast de Oceaan en de Garonne woonde. Nadat ze alle dorpjes en ommuurde stadjes en alle zaken die ze niet met zich konden meenemen in brand hadden gestoken, kwamen ze bijeen bij GenŤve van plan om hun tocht door de Provincia te beginnen. Nadat hij dit had gehoord, is Caesar in het midden van maart uit Rome vertrokken en haastte hij zich naar GenŤve, waar het tiende legioen de rijksgrenzen bewaakte. En toen de HelvetiŽrs hem vroegen of ze door de Provincia mochten trekken, stelde hij eerst zijn antwoord uit, intussen bereidde hij alles voor om hen te verdrijven, waarna hij weigerde wat ze hadden gevraagd.

Wat moesten de HelvetiŽrs dus doen? Zich een weg banen met de wapens? Want als ze dit zouden proberen, dan verklaarden ze de oorlog aan de Romeinen, het machtigste volk ter wereld. En dus verboden om door de Provincia te trekken, zijn ze een langere en moeilijkere weg ingegaan en na het kruisen van het gebied van de Haedui en de Sequani, zijn ze bij de Lemovices geraakt en vandaar bij de Santones

Caesar laat ze niet ontglippen

Maar omdat Caesar voorzag dat ze de troepen van de HelvetiŽrs niet zonder rooftochten en plunderingen konden afhouden en omdat de Haedui, reeds lang kameraden en bondgenoten van het Romeinse volk, zich bescherming zouden afsmeken, bracht hij dadelijk vijf legioenen, die al lang gelicht waren in GalliŽ Cisalpina, over naar de Provincia. En dit voorgevoel bedroog hem niet. En toen dus de Haedui gezanten naar hem gestuurd, over de HelvetiŽrs geklaagd en hulp gevraagd hadden, besliste hij om niet meer af te wachten en na het opbreken van het kamp van de HelvetiŽrs, terwijl ze in het midden van het gebied van de Haedui de Arar overstaken, hebben ze hen ingehaald.

Dezen, verbaasd door hun snelle komst, stuurden een gezantschap naar hem, van wie diezelfde Divico leider was, die vijftig jaar tevoren de Romeinse consul in een veldslag had overwonnen. Deze zei het volgende tegen Caesar: "Als het Romeinse volk met ons vrede sluit, zullen we naar dat gebied gaan en blijven waar u wilt dat wij zijn. Maar als je echter doorgaat met ons te achtervolgen, denk dan aan die oude Romeinse nederlaag en die oude moed van de HelvetiŽrs. Vertrouw dus niet al te veel op jezelf en kijk niet neer op ons, opdat die plaats waar we samen zullen komen, niet de naam zal dragen van een nieuwe nederlaag van het Romeinse volk.

Het einde der Helvetii

Caesar antwoordde hen dat die arrogantie hem helemaal niet beviel, maar dat hij toch vrede verkoos boven de oorlog en dat hij met hen een verdrag zou sluiten. Hij vroeg hen echter het volgende: dat ze hem gijzelaars zouden geven en dat ze de Haedui genoegdoening zouden geven voor de geleden schade. Waarop Divico antwoordde dat de HelvetiŽrs geen gevangenen gaven, maar gijzelaars namen. Na dit antwoord ging hij weg. Niet veel later is de strijd losgebarsten. En terwijl er toch van het zevende uur tot de avond gevochten is, kon niemand een vluchtende vijand zien. Toen was eindelijk de frontlinie doorbroken, na het doden van velen, na het innemen van de legertros en het kamp, vluchtten de HelvetiŽrs die overgebleven waren weg van de slachting. Drie dagen later echter, beroofd van alles, gaven ze zich uit eigen beweging aan Caesar over. Dezen bracht Caesar, om van barmhartigheid te lijken gebruik te maken, naar HelvetiŽ terug. En terwijl er toch 360 000 thuis weggegaan waren, bedroeg het aantal van hen die terugkeerden slechts 110 000.

Met dank aan de heer Chris van de Weerd voor deze bijdrage! Kijk ook eens op zijn website, Magistro Ivvante Vinces


Carpe translationem

© 2005, 2006 www.klassiekevertalingen.nl

Plýk een vertaling